Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem wil de vermogensrendementsheffing aanpakken. Op Prinsjesdag presenteert de minister nieuwe plannen.

Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie na berichtgeving van De Telegraaf maandag.

"De lasten zijn de laatste jaren zwaar omhooggegaan tijdens de crisis. De coalitie is eensgezind dat er ruimte moet komen voor lastenverlichting", zegt Dijsselbloem.

Op vermogen boven de 21.330 euro, moet belasting worden betaald. De Belastingdienst gaat er vanuit dat er een rendement van 4 procent op vermogen wordt gehaald, over dat rendement moet 30 procent belasting worden betaald.

Onrechtvaardig

Veel mensen zien het fictieve rendement van 4 procent als onrechtvaardig, want lang niet iedereen haalt dit ook. Op een spaarrekening krijgen particulieren zelfs maar rond de 1 procent rente.

"De vermogensrendementsheffing gaat nu uit van een rendement van 4 procent. Maar gewone spaarders halen dit door de lage spaarrente niet. Beleggers weer wel, die hebben goede beleggingsjaren gehad. We gaan kijken naar een manier om de vermogensbelasting rechtvaardiger te maken", aldus Dijsselbloem in de krant.

Aanpakken

Stef van Weeghel, hoogleraar internationaal belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, zei eerder al tegen NU.nl dat deze maatregel moet worden aangepakt. Van Weeghel pleit ervoor dat het werkelijk behaalde rendement moet worden belast.

Het wijzigen van de vermogensrendementsheffing is onderdeel van de herziening van het belastingstelsel. De regering heeft voor deze operatie vorig jaar uitgangspunten geformuleerd.

'Belast vermogen op werkelijk behaald rendement'