De top van de Nederlandse inkomensverdeling en het aandeel dat de topvermogenden afdragen aan inkomensheffingen is tussen 1990 en 2012 "opmerkelijk stabiel" gebleven. 

Het beeld dat veel mensen hebben dat de rijken steeds rijker worden, klopt daarmee niet.

Dat concluderen drie economen van de Universiteit Leiden op de vakwebsite Me Judice. De wetenschappers deden op verzoek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) onderzoek naar de ontwikkeling van topinkomens in Nederland.

Hoogleraren Koen Caminada en Kees Goudswaard en universitair docent Marike Knoef vinden "geen spoor van groeiende ongelijkheid in de belastingen aan de top." Ze doen de uitspraak op basis van onderzoek onder ongeveer honderdduizend huishoudens in het CBS Inkomenspanelonderzoek.

De 10 procent rijksten verdienden sinds 1990 27,8 procent van het totale bruto inkomen. De 1 procent allerrijksten (circa 7.500 huishoudens) verdienden 5,6 procent hiervan.

Piketty

De conclusie staat in contrast met de discussie over groeiende ongelijkheid tussen inkomens, aangewakkerd door het boek Kapitaal in de 21ste eeuw van de Franse econoom Thomas Piketty.

De bevindingen van Piketty worden bovendien versterkt door die van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), die een grotere gat constateerde tussen de inkomens van de 10 procent rijkste en armste Nederlanders.

Dit wilt u weten over de Franse econoom Thomas Piketty