De kosten voor de herziening van het belastingstelsel kunnen worden betaald met de opbrengsten van een btw-verhoging. Uiteindelijk moeten burgers er netto op vooruit gaan.

Dat zegt Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank (DNB), bij de presentatie van het jaarverslag 2014.

"Nederland is koploper met het aantal productgroepen dat onder het lage btw-tarief valt, sommige landen hebben zelfs helemaal geen laag btw-tarief. Daarom ziet DNB mogelijkheden dit lage tarief in te perken."

Nederland kent twee btw-tarieven: een lage van 6 procent (onder andere voor levensmiddelen) en een hoge van 21 procent (voor de meeste producten en diensten). Welke producten uit het lage tarief moeten worden gehaald en wanneer dit moet gebeuren, is aan de politiek, zegt Knot.

Hij laat wel weten voorstander te zijn van een herziening van het belastingstelsel. Dat staat in zijn ogen terecht hoog op de prioriteitenlijst van het kabinet.

Knot: "Als je die btw op gerichte wijze teruggeeft via de inkomstenbelasting, dan hoeft dat niet per se inkomenseffect te hebben. Het is wel een efficiëntieverschuiving."

Het huidige kabinet wil op termijn het belastingstelsel herzien, maar wacht eerst op financiële meevallers om negatieve inkomenseffecten te compenseren.

Zelfgenoegzaamheid

In het jaarverslag waarschuwt Knot de politiek voor zelfgenoegzaamheid. "De overheidsfinanciën bevinden zich weliswaar weer op een houdbaar pad, maar de budgettaire marges blijven beperkt", schrijft Knot.

Daarmee zegt hij dat het begrotingstekort en de staatsschuld min of meer op orde zijn, maar dat met name de staatsschuld verkleind moet worden.

Het begrotingstekort ligt al sinds 2013 onder het niveau van 3 procent, zoals in Brussel is afgesproken. Dat betekent dat de overheid nog altijd meer geld uitgeeft dan dat er binnenkomt. De staatsschuld voldoet nog niet aan de Europese normen, die mag niet groter zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product.

Volgens de jongste raming van het Centraal Planbureau (CPB) daalt de staatschuld weliswaar, maar blijft die dit jaar (68,8 procent) en in 2016 (67,8 procent) boven de afgesproken grens uit het stabiliteits- en groeipact.

Volgens Knot heeft een lage staatsschuld zijn waarde bewezen in de jaren voorafgaand aan de financiële crisis in 2008. "Hierdoor beschikte de overheid over een financiële buffer om de eerste klappen te absorberen", aldus de DNB-president.

Wanneer en hoe de staatsschuld wordt teruggebracht, is een politieke keuze, benadrukt Knot weer.

DNB draagt minder af aan schatkist | Knot: 'ECB-maatregel verstoort financiële markten'