De gemiddelde inflatie in de negentien eurolanden komt in februari op jaarbasis uit op min 0,3 procent. Dat is een stijging ten opzichte van januari, toen kwam het prijspeilniveau uit op min 0,6 procent.

Dat maakt het Europese statistiekbureau Eurostat maandag bekend op basis van een eerste schatting.

De negatieve inflatie binnen de eurozone betekent dat het leven goedkoper is geworden, maar wel minder goedkoop dan in de maand ervoor.

De prijsdaling hangt nauw samen met de gedaalde olieprijs in 2014. In dat jaar halveerde de prijs voor een vat Brentolie, de maatstaf voor olie uit Europa, Afrika en het Midden-Oosten. 

De energieprijzen lagen in februari 8 procent lager dan in dezelfde maand een jaar eerder. Voedings- en genotsmiddelen waren juist 0,5 procent duurder in de afgelopen maand.

Eurostat meldt bij de eerste raming geen cijfers van afzonderlijke landen. Vrijdag maakte het Duitse statistiekbureau al bekend dat de inflatie in Duitsland in februari min 0,1 procent bedroeg. In Spanje zakten de prijzen met 1,2 procent, terwijl de inflatie in Italië aantrok tot 0,1 procent.

Langdurige, negatieve inflatie kan negatieve effecten hebben op de economische groei omdat de lonen dalen een de economie krimpt. Inflatie die daalt vanwege lage energieprijzen, is minder schadelijk.  

'We hebben nu te maken met goede deflatie' | De risico's van deflatie