Een nieuw pensioenstelsel waarin jongeren niet meer opdraaien voor de pensioenlasten van ouderen, zou geleidelijk ingevoerd moeten worden. Dan is het mogelijk iedereen te compenseren voor de inkomensgevolgen.

Dat blijkt uit een rapport van het Centraal Planbureau (CPB).

Het CPB rekende eerder uit dat het schrappen van de doorsneepremie, waardoor jongeren meebetalen aan de oudedagsvoorziening van ouderen, zo'n 100 miljard euro kan kosten.

Het CPB heeft zich nu gebogen over een voorstel van de Sociaal-Economische Raad (SER) om het pensioenstelsel drastisch te hervormen. Iedereen zou een eigen pensioenpotje moeten gaan opbouwen.

Dat 'maatwerk' is nodig omdat het bestaande collectieve systeem, met een gegarandeerde pensioenuitkering, niet meer te betalen is, stelde het adviesorgaan van vakbonden, werkgevers en onafhankelijke deskundigen een maand geleden.

Verzachten

Het afschaffen van de doorsneepremie, zoals de SER wil, is gunstig voor alle toekomstige generaties, aldus het CPB. Maar zonder inkomenscompensatie gaat de huidige generatie er daardoor fors op achteruit. Een geleidelijke overgang kan de pijn verzachten.

De pensioenpremie kan dan geleidelijk worden verhoogd. Een deel van de kosten kan ook worden opgevangen doordat mensen langer blijven doorwerken. Het is daarnaast denkbaar om de overgangskosten niet helemaal te compenseren, waardoor het nieuwe systeem wat goedkoper uitvalt.

Overheidsschuld

De kosten kunnen ook helemaal bij de overheid op het bordje worden gelegd. Zij zou een tijdelijk inkomensafhankelijk overheidspensioen kunnen uitkeren in aanvulling op de AOW. Maar dat bekent wel dat de overheidsschuld met 100 miljard euro toeneemt. Met fiscale maatregelen valt daar voor een deel een mouw aan te passen.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken komt over enkele maanden met een notitie over hoe het toekomstige pensioenstelsel er uit zou kunnen zien. Zij baseert zich daarbij op diverse adviezen, onder meer van SER en CPB. Een deel van de Kamer dringt aan op een pensioenhervorming.