De inflatie in de eurozone is in oktober zoals verwacht licht gestegen, naar 0,4 procent. Dat maakt het Europees statistiekbureau Eurostat vrijdag bekend.

In september steeg het prijspeil in de eurolanden met gemiddeld 0,3 procent. Het cijfer over de afgelopen maand komt overeen met een eerdere schatting. In de hele Europese Unie was de inflatie 0,5 procent.

De inflatie blijft ondanks de stijging ver weg van het door de Europese Centrale Bank (ECB) nagestreefde peil van iets minder dan 2 procent.

Dalende prijzen

De inflatie werd deze maand vooral gedrukt door de dalende energieprijzen en lagere prijzen voor telecommunicatie.

De kerninflatie, waarin de sterk schommelende prijzen van energie, voedsel, alcohol en tabak niet worden meegerekend, kwam de afgelopen maand uit op 0,7 procent.

Volgens Eurostat kwam de Nederlandse inflatie in oktober uit op 0,4 procent. Volgens de meetmethode van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stegen de consumentenprijzen in oktober met 1,1 procent op jaarbasis.

Vijf landen

Vijf EU-landen hadden te kampen met dalende prijzen. De consumentenprijzen daalden in Griekenland met 1,8 procent het sterkst, gevolgd door Bulgarije (1,5 procent), Hongarije, Polen (beide 0,3 procent) en Spanje (0,2 procent).

Roemenië kende de sterkste inflatie. De consumentenprijzen stegen daar met 1,8 procent. In Oostenrijk kwam de inflatie uit op 1,4 procent en Finland zag het leven 1,2 procent duurder worden.