Een groeiend aantal afgestudeerden is niet in staat de maandelijkse aflossing van de studieschuld te betalen.

Dat blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) waar de NOS dinsdag over bericht.

In 2009 kwam 11 procent van de afgestudeerden met een studieschuld in aanmerking voor de draagkrachtregeling. Vorig jaar was dat 15 procent.

Deze mensen hoeven minder of tijdelijk niets af te lossen omdat hun inkomen te laag is om het maandelijkse bedrag te betalen, bijvoorbeeld omdat ze werkloos zijn. In totaal waren vorig jaar 594.901 mensen bezig met het aflossen van hun studieschuld.

Schuld

Studenten hebben nu gemiddeld een schuld van 15.000 euro bij het afstuderen. Naar verwachting wordt dat straks, na de invoering van het nieuwe leenstelsel, zo'n 6000 tot 9000 euro meer.

Vanaf 2015 wordt de basisbeurs, nu nog een gift, omgezet in een lening. Studenten hebben fel geprotesteerd tegen deze kabinetsmaatregel. Ze vrezen voor de toegankelijkheid van een studie in het hoger onderwijs.

Studentenvakbond

Studentenvakbond LSVB liet dinsdag weten geschrokken te zijn van het het bericht. ''Dit nieuws laat zien dat de financiële situatie van afgestudeerden niet zo rooskleurig is als de politiek schetst. Nog hogere schulden door het leenstelsel zijn dan ook onverantwoord'', aldus LSVB-voorzitter Tom Hoven.

In het akkoord over het nieuwe leenstelsel is wel afgesproken dat studenten langer dan nu de tijd krijgen om hun schuld af te lossen. Nu ligt die termijn op vijftien jaar, dit gaat naar dertig tot veertig jaar.

Ook wordt de maandelijkse aflossing gemaximeerd op 4 procent van het inkomen. In het huidige systeem wordt maximaal 12 procent afgelost. Bovendien wordt de aanvullende beurs voor lage inkomens verhoogd en de beurs voor studenten met weigerachtige of onvindbare ouders behouden.

Sociaal leenstelsel beïnvloedt hypotheekbedrag