Het saldo op de lopende rekening van Nederland is de laatste jaren flink toegenomen.

Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat er een spaaroverschot is ontstaan doordat er meer inkomsten dan uitgaven zijn.

Volgens de centrale bank zijn huishoudens in de laatste decennia minder gaan sparen, maar bedrijven juist meer.

"De grote multinationals, het omvangrijke pensioenvermogen en de lange huishoudbalansen hebben een grote statistische invloed op de Nederlandse besparingen", aldus DNB. 

Huishoudens

Het spaarsaldo van huishoudens is sinds halverwege de jaren negentig gedaald, omdat veel consumenten de overwaarde op de eigen woning hebben verzilverd. Door een stijgende woningwaarde konden huishoudens extra krediet opnemen en zijn er minder reserves. 

Ook het spaargeld voor pensioen is gedaald. De pensioenpremies zijn weliswaar toegenomen, maar door de vergrijzing zijn de pensioenuitkeringen ook gestegen. 

Bedrijven

Sinds eind jaren negentig zijn Nederlandse bedrijven juist meer gaan sparen, wat resulteert in lagere binnenlandse investeringen en hogere ingehouden winsten. 

Vooral multinationals spelen een belangrijke rol bij het spaaroverschot. In landen waar het bedrijfsleven veel in het buitenland investeert, zoals Nederland, spaart het bedrijfsleven namelijk doorgaans meer. Hoewel dividend veelal naar buitenlandse beleggers afvloeit, zorgen de ingehouden winsten voor een hoger spaarsaldo.

Indicator

De Europese Commissie gebruikt het saldo op de lopende rekening van Nederland als indicator voor de economische gezondheid. 

Met een gemiddelde omvang in de afgelopen drie jaar van 9,2 procent ligt het Nederlandse overschot op een relatief hoog niveau, en boven de Brusselse grenswaarde van 6 procent.