De dekkingsgraden van twee van de vijf grootste pensioenfondsen van Nederland zijn in mei hoger uitgekomen, blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers. 

De dekkingsgraad van ambtenarenpensioenfonds ABP steeg 1,1 procentpunt ten opzichte van april tot 106,5 procent. Metaalfonds PME zag de graad voor de financiële gezondheid stijgen van 104,4 naar 105,6 procent.

De stijging betekent dat het ABP meer afstand neemt van de minimaal vereiste 104,2 procent.

Die verplichting houdt in dat voor elke honderd euro die in de toekomst moet worden uitgekeerd, er 104,20 euro in kas moet zitten. Als dat niet het geval is, moet het fonds maatregelen nemen.

Geïndexeerd 

Een dekkingsgraad van tussen de 104,2 en 135 procent betekent in principe dat gedeeltelijk geïndexeerd kan worden, een situatie waarbij de pensioenuitkering meegroeit met de inflatie waardoor gepensioneerden er niet in koopkracht op achteruit gaan.

Na het eerste kwartaal liet vertrekkend bestuursvoorzitter Henk Brouwer echter weten dat er de komende vijf jaar waarschijnlijk geen indexatie in zit. Dat is het gevolg van nieuwe pensioenwetgeving, waardoor aanpassen aan de inflatie pas mag bij een dekkingsgraad van 127 procent.

Ondergrens

Voor PME is de minimaal vereiste dekkingsgraad 104,3 procent. Het pensioenfonds voor medewerkers in de metaalindustrie zit daar ruimer boven dan vorige maand. Eind vorig jaar stond de dekkingsgraad echter lager dan de ondergrens.

PME werd daarom gedwongen de pensioenen te verlagen. Die verlaging per 31 december 2013 zorgde ervoor dat de dekkingsgraad steeg van 103,8 naar 104,3 procent.

DNB komt volgende week met cijfers over de gemiddelde dekkingsgraden van eind mei. Eind maart bedroeg dat gemiddelde 111 procent. Volgens onderzoeksbureau Aon is die de afgelopen maanden vrijwel gelijk gebleven, tussen de 109 en 111 procent.

Wat betekent het pensioenplan voor u?Dit moet u weten over de dekkingsgraad