'Verzekeraars helpen huiseigenaar met restschuld niet'

Iemand die na de verkoop van zijn huis een restschuld heeft, hoeft lang niet altijd te rekenen op hulp van zijn verzekeraar.

Dat meldt belangenorganisatie Vereniging Eigen Huis (VEH) woensdag. Volgens VEH stranden daardoor verhuisplannen en dat zou slecht zijn voor het herstel van de woningmarkt.

Een restschuld ontstaat als een huis na de verkoop minder opbrengt dan de hypotheekschuld. Die schuld kan bijvoorbeeld worden afgelost met spaargeld, maar kan ook worden meegefinancierd bij de aankoop van een nieuwe woning.

VEH stelt dat verzekeraars juist dat meefinancieren tegenhouden. De organisatie wil dat verzekeraars en andere geldverstrekkers ''met adequate regelingen voor restschuldfinanciering komen".

Informatie

Op de websites van banken en verzekeraars is volgens de vereniging nauwelijks informatie te vinden over de mogelijkheden van restschuldfinanciering. ''Praktijksituaties of rekenvoorbeelden van extra maandlasten ontbreken overal'', aldus VEH.

De belangenorganisatie pleit ook voor een aanpassing van de tienjarige periode waarbinnen de rente over een restschuld aftrekbaar is. De vereniging wil dat die periode van renteaftrek gelijk wordt aan de resterende looptijd van de oorspronkelijke hypotheek.

Belemmerd

Het Verbond van Verzekeraars is het oneens met de kritiek van VEH en stelt dat verzekeraars juist actief naar oplossingen zoeken. ''Wel worden verzekeraars belemmerd door het feit dat zij, anders dan banken, geen consumptief krediet in dit soort situaties mogen verstrekken", zegt de koepelorganisatie.

"Waar nog ruimte is om het beleid en de informatievoorziening te verbeteren, zal het Verbond van Verzekeraars met zijn leden de handschoen beslist oppakken."

Momenteel staan ruim een miljoen woningen in Nederland onder water, waardoor huiseigenaren bij de verkoop met een restschuld te maken krijgen. Gemiddeld bedraagt die restschuld na de verkoop ongeveer 35.000 euro.

Consument vreest restschuld

Lees meer over:
Tip de redactie