In veel Zuid- en Midden-Europese landen wordt nog altijd weinig met een pasje afgerekend aan de kassa, hoewel het gebruik van betaalkaarten in Europa de laatste jaren fors is toegenomen. 

Dat schrijft de Europese Centrale Bank (ECB) in een dinsdag gepubliceerd rapport.

Een Zweed verricht inmiddels gemiddeld 230 kaartbetalingen per jaar, zo blijkt uit cijfers over 2012. Een Nederlander 158, terwijl de inwoners van Bulgarije, Roemenië en Griekenland minder dan tien keer hun pasje trekken.

De ECB wijt de verschillen niet alleen aan afwijkende betaalvoorkeuren, ook de infrastructuur die kaartbetalingen mogelijk maakt is niet overal gelijk.

Niet aantrekkelijk

Dat maakt het voor sommige ondernemers bijvoorbeeld commercieel niet aantrekkelijk om bepaalde kaarten in hun winkel te accepteren.

Vanwege verschillen op het gebied van techniek werken ook niet alle pasjes in elke betaalautomaat.

De landen waar relatief meer met cash of checks wordt afgerekend, lopen volgens ECB tegen vele miljarden euro’s aan extra kosten aan bij de verwerking van het betalingsverkeer. Het bevorderen van kaartbetalingen kan daarom ''concrete economische voordelen'' opleveren.

In heel Europa wordt er de laatste jaren wel steeds vaker met een pasje aan de kassa betaald. Telde de ECB in het jaar 2000 nog rond de 13 miljard kaarttransacties, in 2012 waren dit er circa 40 miljard.