De gemeentelijke woonlasten gaan dit jaar omhoog met 0,9 procent; de stijging is daarmee lager dan ooit.

De woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelasting (ozb), rioolheffing en afvalstoffenheffing. Dat blijkt donderdag uit een rapport van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo).

Een meerpersoonshuishouden betaalt gemiddeld 704 euro, 6 euro meer dan in 2013. Bunschoten is het goedkoopst (514 euro) en Wassenaar met 1.183 euro het duurst.

In relatieve zin nemen de woonlasten zelfs af ten opzichte van vorig jaar. De inflatie komt dit jaar naar verwachting namelijk uit op anderhalf procent. Dat betekent dat de lasten minder hard stijgen dan de kosten voor veel andere producten, zoals boodschappen in de supermarkt, de energierekening of brandstoffen aan de benzinepomp.

Dat de woonlasten zo licht stijgen, komt vooral doordat de afvalstoffenheffing omlaag gaat. Huishoudens betalen dit jaar bijna anderhalf procent minder om van hun afval af te raken. Omgerekend is dat een daling van 3,85 euro ten opzichte van 2013. De rioolheffing stijgt wel, met anderhalf procent, maar dat is trager dan ooit.

Ozb

Het gemiddelde ozb-tarief voor woningen stijgt in 2014 met 2,7 procent. Dat is een sterkere stijging dan gemeenten hebben afgesproken met het rijk. Aan deze belasting betaalt een huishouden dit jaar gemiddeld 256 euro. Met 117 euro betalen huishoudens op Texel het minst, het duurst uit zijn inwoners van Blaricum (633 euro).

Het is het derde achtereenvolgende jaar dat de stijging van de gemeentelijke woonlasten lager is dan de inflatie van 1,5 procent. De opbrengst van de provinciale belastingen gaat met bijna 5 procent omhoog.

Ondernemers

Voor ondernemers stijgt de ozb fors, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland in een reactie op de cijfers van COELO. De werkgeversorganisaties pleiten voor de invoering van een zogenoemde micronorm.

Volgens die micronorm zou iedere gemeente de opbrengst van de lokale belasting met niet meer dan het inflatiepercentage mogen laten stijgen. Dit zou in lijn zijn met de meerjarenafspraken die de Rijksoverheid en decentrale overheden in 2011 hebben gemaakt, aldus de organisaties.