Het gebruik van de kinderopvangtoeslag is vorig jaar in totaal met 18 procent gedaald.

Dat schrijft minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) maandag in een brief aan de Tweede Kamer.

De daling komt onder meer doordat voor minder kinderen aanspraak werd gemaakt op een kinderopvangtoeslag. Dit zorgde voor een daling van 10 procent van het gebruik van de toeslag.

De daling voor het aantal kinderen wordt voor 40 procent veroorzaakt door bezuinigingen: ouders die gezamenlijk meer dan 118.189 euro verdienen, kunnen voor hun eerste kind geen toeslag meer aanvragen.

Ook daalde de afgelopen jaren de arbeidsparticipatie als gevolg van de 'algemeen economische situatie', schrijft Asscher.

"Ook bij moeders en vaders met jonge kinderen is de arbeidsparticipatie gedaald." Het gemiddeld aantal kinderen dat een toeslag kreeg, bedroeg vorig jaar 636.000.

Aantal uren

Daarnaast nam het aantal uren per kind ook af, en wel met 8 procent. Volgens Asscher komt dit mede doordat in de sector steeds meer per gebruikt uur wordt afgerekend.

Tot voor kort was het in de sector normaal om altijd voor een hele dag kinderopvang te factureren, ook als het kind veel eerder werd opgehaald.

Het aantal instellingen in de dagopvang is redelijk constant gebleven ten opzichte van een jaar geleden. In de buitenschoolse opvang is het aantal instellingen licht gedaald.

Bij het aantal gastouderlocaties verdwijnen er wel meer instellingen. Het verval in een jaar bedraagt ongeveer vijfduizend stuks.