De meeste werknemers gaan er netto in salaris op vooruit in 2014, zo bleek op 3 januari uit berekeningen van ADP.

Maar hoe komt dat nu precies en welke informatie geeft een loonstrookje eigenlijk?

NU.nl legt het uit in vijf vragen.

Waarom gaan de meeste werknemers er in 2014 op vooruit?

Vooral werknemers met lagere lonen, tot 1.750 euro, gaan erop vooruit. Dit komt doordat zij profiteren van een hogere heffingskorting en doordat zij minder belasting betalen.

Er is een algemene heffingskorting die voor iedereen geldt en een arbeidskorting voor mensen met een betaalde baan. Deze zijn beide inkomensafhankelijk gemaakt en gaan omhoog in 2014. De algemene heffingskorting stijgt met 102 euro naar 2.103 euro, terwijl de arbeidskorting met 374 euro omhooggaat naar 2.097 euro.

Daarnaast is voor de laagste inkomens het belastingtarief in de eerste schijf verlaagd van 37 procent naar 36,24 procent. Dit betekent dus dat er minder wordt ingehouden op het salaris. Doordat de heffingen  inkomensafhankelijk zijn, leveren hogere inkomens juist in.

Hoe komt het verschil tussen het bruto- en het nettosalaris tot stand?

Het brutosalaris is gebaseerd op een afspraak tussen werkgever en werknemer. Dit staat bovenaan de loonstrook. Hierna volgen de verschillende inhoudingen. Het nettoloon is wat er overblijft van het brutoloon na het aftrekken van belasting en sociale premies. De werkgever houdt deze in.

Voor vrijwel iedereen geldt dat van het brutosalaris loonheffing wordt afgetrokken. Dit zijn de loonbelasting plus de premies voor de volksverzekeringen ANW, AOW en AWBZ, de premie voor de werknemersverzekering WGA en de premie voor de Zorgverzekeringswet. De belasting wordt bepaald aan de hand van het schijventarief. Wie meer verdient, betaalt ook meer.

Verder kan er, afhankelijk van de cao of afspraken met de werkgever, een pensioenpremie worden ingehouden. Daarnaast zijn er soms inhoudingen als werknemersnemersbijdragen voor scholings- en ontwikkelingsfondsen, contributie voor de personeelsvereniging en een bijdrage aan de auto van de zaak.

Hoe zitten de schijventarieven in elkaar?

Hoeveel er aan loonbelasting en premie voor volksverzekeringen moet worden betaald, hangt af van het inkomen, dat in een bepaalde belastingschijf wordt ingedeeld.

In de eerste schijf vallen jaarsalarissen van 0 tot en met 19.645 euro. Hierover bedraagt het tarief 36,25 procent voor mensen onder de AOW-leeftijd.

Voor de tweede schijf, salarissen van 19.646 euro tot en met 33.363 euro, geldt een tarief van 42 procent.  In de derde schijf, 33.364 tot en met 56.531 euro, wordt eveneens een tarief van 42 procent gerekend. Alleen betalen AOW’ers in de derde schijf 42 procent, tegenover 24,1 procent in de tweede schijf.

In de derde schijf vallen de inkomens van 56.532 euro per jaar of meer. Hiervoor geldt een tarief van 52 procent.

Wat verandert er voor de auto van de zaak?

Werknemers met een auto van de zaak die deze ook privé gebruiken, moeten hierover bijtelling betalen. De overheid ziet dit privégebruik namelijk als loon in natura.

Hiervoor wordt er een bedrag bij het inkomen opgeteld en dit verhoogt weer het loon waarover belasting betaald moet worden. Zo wordt het nettoloon lager.

In 2014 zijn er zeven bijtellingsschalen, die uiteenlopen van 0 tot 35 procent. Per 1 januari van dit jaar wordt er onderscheid gemaakt tussen hybride auto’s en elektrische auto’s.

Wat betekent het nieuwe loonstrookje voor werkgevers?

Werkgevers zijn meer kwijt aan het totaal van premies voor werkgeverspremies, bestaande uit werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet (ZVW).

In 2013 was dit nog 18,33 procent, dit jaar is dat gestegen tot 19,16 procent. Wel is het bedrag dat werkgevers voor de ZVW moeten betalen voor het eerst in jaren gedaald. 

De pensioenpremies die zij moeten afdragen, vallen in sommige sectoren hoger uit en in andere juist lager. Vooral werkgevers in de bouwsector zijn duurder uit, evenals werkgevers in de sector metaal en techniek.

Lasten werkgevers stijgen in 2014 | Meeste werknemers gaan erop vooruit in 2014 | Loonstrook 2014 blijft maatwerk