De pensioenpremies in de sector metaal en techniek blijven volgend jaar gelijk. PMT, het pensioenfonds voor de sector Metaal & Techniek, handhaaft zijn premie op 18,1 procent van de loonsom.

Werkgevers gaan wel een groter deel betalen, maakte PMT dinsdag bekend.

Het zogeheten opbouwpercentage, wat deelnemers aan pensioen opbouwen, gaat omlaag van 2,236 procent naar 1,9 procent. De pensioenregeling wordt daardoor soberder.

Het salarisdeel waarover geen pensioen wordt opgebouwd, de franchise, wordt ook verlaagd van 15.904 naar 15.554 euro.

Hiermee kiest PMT naar eigen zeggen ''voor een zo hoog mogelijke opbouw in combinatie met de verlaagde franchise''. Per saldo betekent het dat de modale werknemer in de metaal en techniek er gemiddeld 30 euro netto in de maand op vooruitgaat.

Het Pensioenfonds van de Metalektro (PME) heeft nog geen besluit genomen over de hoogte van de pensioenpremies en de aanpassing van het opbouwpercentage.

Het ambtenarenpensioenfonds ABP liet vorige maand weten de premies vanaf volgend jaar te verlagen van 25,4 procent naar 21,6 procent, voornamelijk als gevolg van de versobering van de pensioenen door het kabinetsbeleid.

Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) besloot in oktober de pensioenpremies volgend jaar gelijk te houden op 24,4 procent. Voor het fonds is dit een "kostendekkende premie bij de huidige marktrente''. Wel verlaagde het fonds het opbouwpercentage naar 1,95 procent.

Lees meer over pensioenen op NUgeld.nl | 'Werkgevers houden pensioenpremie zelf'