Als de jaarlijkse pensioenopbouw vanaf 2015 wordt verlaagd naar 2 procent van het inkomen, zoals de oppositie en sociale partners willen, kost dat de schatkist 700 miljoen euro. En dat bedrag loopt in 2017 op naar 1,3 miljard.

Ingewijden hebben dat dinsdag gezegd. Het kabinet wil forsere maatregelen dan de oppositie, namelijk een verlaging van een half procentpunt van 2,25 procent naar 1,75 procent.

Het kabinet onderhandelt sinds vorige week met de oppositiefracties CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en SGP over zijn plan om de pensioenopbouw te verlagen en zo een bezuiniging van bijna 3 miljard binnen te halen. Steun van de oppositie is nodig om dit voorstel door de Eerste Kamer te krijgen, waar het kabinet geen meerderheid heeft.

De oppositie vindt het streven van 1,75 procent veel te ver gaan, net als vakbonden en werkgevers. Het CDA en de sociale partners willen dat een opbouw van 2 procent mogelijk blijft. Ook de andere oppositiefracties willen een hogere pensioenopbouw dan 1,75 procent.

Minder fors

Het kabinet had in het sociaal akkoord 250 miljoen uitgetrokken om zijn pensioeningreep wat minder fors te maken. De sociale partners ontwierpen met dat bedrag een bijspaarregeling, waarmee een opbouw van 1,85 procent per jaar kan worden gehaald. Over dit ingewikkelde plan is echter niemand enthousiast en het is zo goed als zeker van de baan.

Dinsdag hebben minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën en de pensioenwoordvoerders van de vijf oppositiepartijen weer om tafel gezeten. Ook de regeringspartijen VVD en PvdA waren erbij. Volgens de Kamerleden Carola Schouten (ChristenUnie) en Steven van Weyenberg (D66) zijn er net als maandagavond allerlei varianten verkend. ''We komen elke dag een stapje verder'', zei Schouten.

Het overleg gaat woensdagavond verder. Naar verwachting worden deze week nog geen knopen doorgehakt.