Ouders met jonge kinderen lopen ten opzichte van paren zonder kinderen en ouders met oudere kinderen het grootste risico op armoede.

Ook kampen zij meer dan andere paren met financiële beperkingen. Dat blijkt maandag uit een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Naarmate de leeftijd van het jongste kind stijgt, wordt het risico op armoede kleiner. Stellen met meerderjarige kinderen hebben met ruim 2 procent de kleinste kans op armoede. Ouders van wie het jongste kind nog geen vier is, hebben een kans van 8 procent op armoede.

In 2011 liep bijna 7 procent van de ouders met minderjarige kinderen risico op armoede. Hun inkomen lag onder de lage-inkomensgrens. Gezinnen met drie of meer kinderen hebben met 12 procent een bijna twee keer zo grote kans op armoede als gezinnen met maar een of twee kinderen.

Ouders met jonge kinderen hebben vaak een lager inkomen doordat de moeder minder gaat werken. Tegelijkertijd nemen de kosten toe vanwege bijvoorbeeld kinderopvang. "Daar staat tegenover dat ouders vaak gebruik kunnen maken van tegemoetkomingen, kinderopvangregelingen en ontlastende secundaire arbeidsvoorwaarden", tekent het statistiekbureau aan.

Moeilijk rondkomen

Bijna een op de tien paren met minderjarige kinderen komt zeer moeilijk rond. Zowel ouders van jonge als van oudere kinderen lopen bovendien vaak tegen financiële beperkingen aan.

Ruim 18 procent van de stellen met jonge kinderen kan bijvoorbeeld geen onverwachte uitgaven van rond de 850 euro doen zonder daar geld voor te lenen. 9 procent kan zich niet permitteren regelmatig nieuwe kleren aan te schaffen en een op de acht kan geen jaarlijkse vakantie van een week betalen.

Hou ouder de kinderen, hoe hoger het inkomen en het vermogen van de ouders zijn, zo concludeert het CBS. Het inkomen stijgt dankzij werkervaring, terwijl het vermogen toeneemt door een afnemende hypotheekschuld en een beter gevulde spaarpot. 

Lees meer over geldzaken op NUgeld.nl