Nederlanders hebben samen een spaarbedrag van 450 miljard euro op de banken staan, dat onder het depositogarantiestelsel valt. Dat blijkt uit gegevens van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

De NVB is ervan overtuigd dat spaarders niet bang hoeven te zijn voor hun spaartegoeden tot 100.000 euro. Ondanks alle ophef over het verlies van spaartegoeden op Cyprus, staat de Nederlandse spaargarantie mede dankzij de relatief solide Nederlandse banken ook volgens andere experts nog als een huis.

Als een Nederlandse bank in de problemen zou komen, moeten de overblijvende banken voor de garantie opdraaien. Dat gebeurde eerder bij het faillissement van DSB en Icesave. Dat kostte met name ABN, ING en Rabo bijna 5 miljard euro.

Afgelopen weken kwam de spaargarantie onder vuur te liggen, toen in eerste instantie ook kleinere spaarders op Cyprus mee moesten betalen om de bankensector van het eiland te redden. De Nederlandse banken zijn blij dat dit besluit later is teruggedraaid, omdat het de discussie aanwakkerde dat het ook in andere landen zou kunnen gebeuren.

Het bedrag dat in Nederland wordt gegarandeerd werd kort na het losbarsten van de kredietcrisis in 2008 verhoogd van 40.000 euro naar 100.000 euro en geldt in principe tot 2015. Onder beleidsmakers en economen woedt nu de discussie of dit bedrag tegen die tijd weer teruggebracht moet worden naar 50.000 euro.

Zekerheid

Hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger van de Universiteit van Tilburg, vindt dat het garantiesysteem in Nederland geen schijnzekerheid biedt aan de spaarders, omdat de gegarandeerde bedragen van in totaal 450 miljard euro, te hoog zouden zijn geworden om te kunnen vergoeden.

''We hebben twee staatsbanken en de twee grote zelfstandige banken zijn heel solvabel, de kans dat ze in de problemen komen is verwaarloosbaar. Maar bovendien moet niet vergeten worden dat het depositogarantiestel een verzekering is. De spaarders betalen een premie voor hun garantie. Zonder die garantie zouden ze een hogere rente ontvangen.”

Fonds

Vanaf 1 juli van dit jaar zouden Nederlandse banken voor het eerst een bijdrage moeten storten in een fonds ten behoeve van het garantiestelsel. Wanneer er een beroep op het stelsel wordt gedaan, zal dit fonds uitkeren.

Koen Holdtgrefe, adviseur toezicht van de NVB: ''Maar dat is twee jaar uitgesteld, omdat de banken ook al moesten bijdragen aan de redding van SNS. Uiteindelijk is de bedoeling dat er acht miljard in dat fonds komt.”

Holdtgrefe: ''Het zou voldoende geweest zijn om de spaarders van DSB en Icesave te kunnen betalen. Zo weinig is het niet. Als een grote systeembank problemen heeft, ligt dat natuurlijk anders. Maar een spaargarantie is niet alleen geld, maar ook vertrouwen van de spaarders in hun banken.”

Grote banken

Holdtgrefe begrijpt dat twee grote Nederlandse banken niet de spaartegoeden van de klanten van een derde grote bank voor hun rekening kunnen nemen. ''Dat zou ze mogelijk teveel verzwakken. Maar er is een andere manier om het geld te garanderen."

"Dat kan door de spaartegoeden zonder ze uit te betalen, over te brengen naar de gezonde banken, waar ze dus weer veilig zijn. Dat maakt de wet mogelijk. De spaarders hebben daarin geen keuze.”

Schande

Spaardeskundige Rob van Eeden, oprichter van de website Vanspaarbankveranderen.nl, noemt het een schande dat de Europese garantie van 100.000 euro tijdens de crisis in Cyprus ter discussie is gesteld.

"Ik was ervan overtuigd dat het spaargeld tot 100 000 euro onaantastbaar was. Maar dat gevoel heb ik niet meer, ook niet nadat de kleinere spaarders in Cyprus bij nader inzien toch niet hoeven mee te betalen aan het failliet van hun bankensector.”

Net als econoom Eijffinger wil Rob van Eeden de grote Nederlandse banken niet vergelijken met hun collega’s uit Cyprus. ''Maar toch vind ik dat de Europese Commissie veel te gemakkelijk denkt over spaargeld."

"Ze moeten beseffen dat spaargeld iets heel belangrijks is voor de mensen, dat is hun reserve, hun appeltje voor de dorst, ook al omdat de pensioenen onzeker zijn. Daar moet je te allen tijde van afblijven."

Vijf vragen over Cyprus
Dossier Schuldencrisis