Consumenten hebben geen vertrouwen in banken en wisselen daardoor amper van aanbieder. Dat stelt adviesbureau Roland Berger dinsdag naar aanleiding van een onderzoek naar de Nederlandse bankensector.

De grootste Nederlandse banken houden elkaar volgens het adviesbureau in een houdgreep. "Wanneer één van hen een verandering doorvoert, reageren de anderen hier direct op om geen terrein te verliezen", stelt het bureau.

Volgens Roland Berger zorgt deze impasse voor wantrouwen bij consumenten. Praktisch alle bankklanten (98 procent) zouden momenteel niet van plan zijn om van bank te wisselen.

"Zij hebben geen vertrouwen in de kwaliteit van hun eigen bank, maar ook niet in die van de concurrentie", aldus Roland Berger.

Het vertrouwen onder consumenten in de financiële dienstverlening daalde vorig jaar van 39 naar 33 procent; het vertrouwen in banken van 44 naar 40 procent.

Weinig spelers

De adviseurs merken op dat de Nederlandse bankensector relatief weinig spelers kent. Daardoor zou hun onderscheidend vermogen tot een minimum zijn beperkt.

''Het bankenlandschap is veranderd met drie banken met overheidssteun, twee genationaliseerde banken en het verdwijnen van niche spelers DSB en Friesland Bank'', stelt Roland Berger.

Het adviesbureau wijst op een recente "prijzenslag" rondom hypotheekadvies. "Deze constante concurrentiestrijd maken de veranderingen, die zo hard nodig zijn om deze markt weer gezond te maken, onmogelijk."

Koopwaar

Volgens de studie zien Nederlandse consumenten bankieren vooral als 'koopwaar'. Ze maken steeds minder gebruik van kantoren en ondertussen winnen internet- en mobielbankieren terrein.

Daarmee lopen de Nederlandse banken in Europa voorop. Een derde van de Nederlandse consumenten bezoekt zijn bank nooit, aldus het onderzoek.