AMSTERDAM - Nedelanders zijn lang niet zulke spaarders als weleens gedacht wordt, zo bericht De Nederlandsche Bank (DNB) dinsdag.

Door de verplichte pensioenvoorziening zijn er inderdaad hoge collectieve besparingen, merkt de centrale bank op. "Maar op vrijwillige basis zijn gezinnen al langere tijd verre van spaarzaam."

Sinds het begin van de jaren negentig steeg het spaartegoed bij banken, als percentage van het gezinsinkomen, naar ongeveer 6 procent. Maar tegelijkertijd geven Nederlanders sinds 2003 meer uit dan er aan besteedbaar inkomen binnen komt.

De belangrijkste verklaring voor die tegenstelling ligt volgens DNB in de hypotheekschulden, en de manier waarop de overwaarde op een huis kan worden verzilverd. 

Een gemiddeld Nederlands gezin had in 1991 een hypotheekschuld van 58 procent van het beschikbaar inkomen. In 2011 was dat gestegen naar 235 procent.

Verzilveren

Ondertussen bleven Nederlands de overwaarde op hun huis verzilveren. De manier waarop de overwaarde wordt verzilverd veranderde echter.

In de jaren negentig konden huiseigenaren nog fiscaal aantrekkelijk bestaande hypotheken oversluiten en tweede hypotheken afsluiten, en tegelijk blijven sparen. 

Vanaf ongeveer 2001 werden echter veel huizen verkocht waarvan de hypotheek (grotendeels) was afgelost. De mensen die hierdoor overwaarde opstrijken, en dit vervolgens uitgeven, zorgen ervoor dat er gemiddeld minder wordt gespaard dan er aan besteedbaar inkomen binnen komt.

Om dit effect beter te begrijpen, is meer onderzoek nodig, stelt DNB tot slot.