AMSTERDAM - De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt dinsdag dat de vermogenspositie van veel jonge huiseigenaren uitermate kwetsbaar is.

 De DNB noemt de grote verschillen tussen jong en oud verontrustend.

Gemiddeld ligt de prijs van Nederlandse huizen aanzienlijk hoger dan de bijbehorende hypotheek. Tegen een gezamenlijke hypotheekschuld van 644 miljard euro per medio 2011 staat een woningwaarde van 1.100 miljard euro.

De gemiddelde woningbezitter heeft dus een overwaarde van meer dan veertig procent. Dat blijkt uit berekeningen van DNB.

Jonge huishoudens

Verontrustend is echter dat tussen huishoudens grote verschillen in vermogensposities bestaan. Vooral jongere huishoudens blijken over weinig overwaarde en spaargeld te beschikken, terwijl bij ouderen gemiddeld juist een aanzienlijke buffer bestaat, aldus DNB.

Woningbezitters in de leeftijdscategorie van 25 tot 35 jaar zitten gemiddeld met een negatieve overwaarde. Voor 65-plussers bedraagt de overwaarde gemiddeld tegen de zeventig procent ten opzichte van de onderliggende hypotheek.

Tophypotheek

Volgens het DNB zijn veel nieuwe huizenbezitters kwetsbaar door het sluiten van een zogenaamde tophypotheek. Hierbij wordt meer dan het aankoopbedrag van de woning geleend, begonnen met een negatieve overwaarde.

Daarbij hebben juist deze mensen weinig tijd gehad om met sparen vermogen op te bouwen en zien zij zich nu geconfronteerd met dalende huizenprijzen.

Dit maakt deze huishoudens kwetsbaar, want bij verkoop van de woning kunnen ze achter blijven met een restschuld, aldus de centrale bank. "Wanneer een betalingsachterstand op de hypotheek ontstaat en het huis gedwongen wordt verkocht neemt dit risico verder toe: in deze gevallen zal het huis immers minder opbrengen dan in de vrije verkoop."

Beleggingsproducten

Deze kwetsbaarheid kan nog groter blijken, als in ogenschouw wordt genomen dat bij meer dan de helft van de tussen 1998 en 2007 afgesloten hypotheken zogenaamde beleggingsproducten zijn verkocht. Volgens DNB is het waarschijnlijk dat in een aanzienlijk deel van deze producten minder vermogen is opgebouwd dan bij een spaarproduct het geval zou zijn geweest.

Vorige maand meldde DNB dat met het oog op de financiële stabiliteit de Nederlandse hypotheekschuld te hoog is. Ook toen sprak de toezichthouder van kwetsbare huishoudens, zonder in te gaan op de verdeling over generaties.

Inkomstenbelasting

De centrale bank deed daarbij een oproep aan beleidsmakers om met name aflossingsvrije hypotheken te ontmoedigen. Met dit doel zou de aftrekbaarheid van de hypotheekrente van de inkomstenbelasting beperkt moeten worden.

Een dergelijke maatregel zou de lasten vooral voor de kwetsbare jonge huishoudens verder opdrijven, terwijl het waarschijnlijk de huizenprijzen zou drukken.