DEN HAAG - Nederlanders waren in april ''aanzienlijk'' minder positief over sparen dan in maart.

''Het saldo van positieve en negatieve antwoorden daalde van 59 naar 52 en bereikte daarmee het laagste punt in zeventien jaar'', meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

Het aantal consumenten dat verwacht de komende twaalf maanden geld opzij te kunnen leggen was vorige maand echter nog wel ruimschoots hoger dan het percentage dat inschat dat dit niet lukt.

Daarmee onderscheiden Nederlanders zich van de gemiddelde burger in Europa. Alleen Finnen, Luxemburgers en Zweden zijn optimistischer dan Nederlanders en denken meer geld opzij te kunnen leggen. In april waren vooral de inwoners van Hongarije, Malta, Letland, Bulgarije en Portugal negatief over hun spaarmogelijkheden.

Pessimisten

De pessimisten in de Europese Unie hebben gemiddeld genomen al tien jaar de overhand.  Inwoners van Bulgarije, Hongarije, Malta, Roemenie en Griekenland zijn het negatiefst over hun spaarmogelijkheden: bijna tachtig procent denkt het komende jaar geen geld opzij te kunnen leggen.

De Nederlandsche Bank (DNB) maakte vorige maand bekend dat Nederlandse huishoudens 300 miljard euro apart hebben gezet, waarvan iets meer dan 10 procent voor langere tijd vaststaat. Duitsland en Frankrijk zijn de grootste spaarlanden van de eurozone met respectievelijk 950 miljard en 800 miljard euro. In beide landen staat ruim een derde van dat geld voor langere tijd vast.