AMSTERDAM – Meer kinderen in ontwikkelde landen leven in armoede dan in het voorgaande decennium. Het aantal kinderen in gezinnen die moeten rondkomen van minder dan de helft van het mediaan besteedbaar inkomen is de afgelopen tien jaar met meer dan 1 procent gestegen.

Nederland doet het beter met een daling van 1 procent. Het percentage kinderen dat leeft in armoede daalde van 10,6 procent halverwege de jaren ’90 naar 9,6 procent tien jaar later. Dit blijkt uit data gepubliceerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in het rapport Doing Better for Families.

Onderstaande kaart geeft de procentuele verandering weer in het aantal huishoudens met kinderen dat onder de armoedegrens leeft tussen midden jaren ’90 en tien jaar later. De gegevens zijn afkomstig van The Guardian die ze verzameld heeft uit het OESO-rapport.

Kaart groter weergeven/(c)NU.nl/Jelle Kamsma

Grootste stijger is Israël waar het aantal kinderen dat leeft in armoede met meer dan 12 procent is gestegen ten opzichte van tien jaar terug. Turkije volgt op afstand met een stijging van 5 procent naar 24,6 procent van het totaal. Ook Tsjechië, Luxemburg en Zweden kampen met een stijging van bijna 5 procent. Het percentage gezinnen onder de armoedegrens leeft, is in deze landen echter relatief laag en schommelt nog altijd rond de 10 procent.

Onderstaande kaart geeft het percentage huishoudens met kinderen weer dat leeft onder de armoedegrens. De gegevens zijn afkomstig van The Guardian die ze verzameld heeft uit het OESO-rapport.

Kaart groter weergeven/(c)NU.nl/Jelle Kamsma