AMSTERDAM - In de eerste drie maanden van dit jaar hebben Nederlandse huishoudens ruim 2 miljard euro opgenomen aan snel opneembaar spaargeld en 2,5 miljard euro aan spaargeld voor langere tijd weggezet.

Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) kan de verschuiving zijn ingegeven door het iets opgelopen renteverschil ten faveure van sparen voor langere tijd. Dat meldde de toezichthouder vrijdag.

DNB constateert dat sinds november vorig jaar huishoudens er minder moeite mee lijken te hebben dat ze een tijdje niet bij hun spaargeld kunnen.

In 2007 en 2008 was eenzelfde trend zichtbaar, toen was er sprake van een nadrukkelijker renteverschil tussen de twee spaarvormen. In die periode liep het bedrag dat voor geruime tijd bij de banken geparkeerd stond op van ruim 20 miljard euro naar bijna 100 miljard. ''Zo ver is het nu nog niet'', aldus DNB.

Tendens

Volgens DNB is er geen sprake van een grotere tendens richting vaststaand spaargeld in de landen van de eurozone. ''In de muntunie wordt in het algemeen al meer geld voor langere perioden vastgezet.''

Alle huishoudens van het eurogebied hebben samen zo'n 3.500 miljard euro aan spaargeld, waarvan ongeveer de helft voor langere tijd vaststaat.

Nederlandse huishoudens hebben 300 miljard euro apart gezet, daarvan staat iets meer dan 10 procent vast. Belgische en Italiaanse spaarders lijken qua spaargedrag op Nederlanders.

Duitsland en Frankrijk zijn de grootste spaarlanden van de eurozone met respectievelijk 950 miljard en 800 miljard euro. In beide landen staat ruim een derde van dat geld voor langere tijd vast.