Het gerechtshof in Den Haag heeft Geert Wilders vrijdag schuldig bevonden aan groepsbelediging vanwege zijn uitspraken over "minder Marokkanen", maar vrijgesproken van het aanzetten tot haat en discriminatie. Hem wordt geen verdere straf opgelegd. Er zijn geen aanwijzingen dat politieke bemoeienis heeft geleid tot de vervolging van de PVV-voorman.

Volgens het hof was de uitspraak van Wilders op 19 maart 2014 "ook al is die gedaan in de context van het politieke debat onnodig grievend" en "moet daarbij in het bijzonder in aanmerking worden genomen dat de heer Wilders zich zonder nadere uitleg of nuancering negatief heeft uitgelaten over een minderheidsgroep".

De uitspraak van het gerechtshof volgt ruim zes jaar nadat Wilders zijn uitlatingen over Marokkanen had gedaan. Wilders heeft laten weten tegen de veroordeling in cassatie te gaan. Dat betekent dat de zaak wordt voorgelegd aan de Hoge Raad, die alleen oordeelt of de zaak juridisch juist is verlopen.

Op 12 maart 2014 stelde de politicus zich te willen inzetten voor mensen die minder Marokkanen in Den Haag willen. Na de verkiezingsoverwinning op 19 maart herhaalde Wilders zijn uitspraak in een zaal vol met PVV-aanhangers. Hij vroeg: "Willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?", waarna het publiek "minder, minder" scandeerde. Wilders reageerde met: "Dan gaan we dat regelen."

Wilders hoort uitspraak Hof: 'De verdachte is te ver gegaan'
128
Wilders hoort uitspraak Hof: 'De verdachte is te ver gegaan'

Vrijspraak voor aanzetten tot discriminatie en haat

Voor de uitspraken op 12 maart is Wilders in zijn geheel vrijgesproken. Als het gaat om de uitspraken op 19 maart, is er volgens het hof dus alleen sprake van groepsbelediging.

Voordat de betreffende speech werd gegeven, was er al gesproken over de inhoud en of men zou spreken van criminele Marokkanen of alleen Marokkanen. Het werd dat laatste. De bedoeling was de toespraak zo scherp mogelijk aan te zetten om nieuwswaarde te creëren.

Naar het oordeel van het hof was er geen sprake van aanzetten tot haat of discriminatie "omdat het opzet van Wilders niet erop was gericht zijn publiek daartoe aan te sporen".

Hof: Politieke bemoeienis is niet aannemelijk

Volgens het OM was er sprake van groepsbelediging en het aanzetten tot haat en discriminatie. Justitie eiste een boete van 5.000 euro. Wilders heeft altijd volgehouden slechts een vraag te hebben gesteld. De PVV-voorman is ervan overtuigd dat de reden om hem te vervolgen politiek is ingegeven, maar het hof gaat daar niet in mee.

"Dat er sprake is geweest van politieke bemoeienis is niet aannemelijk geworden", aldus het hof. Ook is niet aannemelijk geworden dat het OM bewust onwaarheden heeft verteld. Het recht op een eerlijk proces is daarom niet in gevaar gekomen."

Wilders werd in 2016 wel schuldig bevonden aan het aanzetten tot discriminatie.