Het Openbaar Ministerie (OM) zegt dinsdag zelf ook verbaasd te zijn over de inhoudelijke bespreking van de rechtszaak tegen Geert Wilders door ambtenaren van het ministerie van Justitie. Suggesties over hoe het proces zou moeten worden gevoerd, hebben het OM echter nooit bereikt, benadrukte de advocaat-generaal.

De e-mails waarover wordt gesproken, werden vrijdag aan het dossier toegevoegd. Daaruit blijkt onder meer dat ambtenaren bespraken welke verdediging Wilders mogelijk zou gaan voeren en of de PVV-voorman voor al zijn uitspraken moest worden vervolgd.

Geert-Jan Knoops, de advocaat van Wilders, is ervan overtuigd dat deze bemoeienis ook het OM heeft bereikt en dat dit zelfs van invloed is geweest op de door justitie gevoerde strategie in het proces.

Dit was voor de verdediging een reden om het hof opnieuw te verzoeken het OM niet langer gerechtigd te verklaren om Wilders te vervolgen.

Opmerkingen zouden OM nooit hebben bereikt

De advocaat-generaal, de benaming van een officier van justitie in hoger beroep, herhaalde dat het OM zelfstandig de vervolgbeslissing heeft genomen. Dit zou het OM op 10 september in een ambtsbericht hebben laten weten aan de toenmalige minister van Justitie Ivo Opstelten.

De advocaat-generaal zei dit nogmaals te herhalen omdat de e-mailwisselingen na de vervolgbeslissing plaatshadden. "Het gaat om interne communicatie tussen ambtenaren en niet met leden van het OM", stipte hij aan.

"Ook wij zijn verbaasd over de opmerking of het requisitoir in deze zaak van tevoren beschikbaar kan worden gesteld aan het departement", voegde het OM daaraan toe. "Met klem wil ik benadrukken dat de mailwisselingen de officieren in deze zaak nooit hebben bereikt. Niet direct of indirect."

Het handelen van deze ambtenaren kan volgens het OM echter niet leiden tot een niet-ontvankelijkheid. "Is er sprake geweest van politieke beïnvloeding? Nee, zeker weten niet."

Knoops stelt dat vervolgbeslissing nog niet volledig was

Knoops zegt in een reactie dat er op 10 september 2014 wel een beslissing kan zijn genomen door het OM, maar dat toen alleen de uitspraken van Wilders op 19 maart 2014 strafbaar werden geacht. De beslissing was dus niet volledig.

"En toen zijn ambtenaren zich ermee gaan bemoeien, omdat zij de zaak zagen mislukken als Wilders niet ook zou worden vervolgd voor zijn woorden uitgesproken op 12 maart 2014."

De PVV-voorman zei destijds in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen tegen een NOS-verslaggever dat hij minder lasten wilde voor de mensen "en als het even kan ook minder Marokkanen".

Een week later op 19 maart vroeg Wilders tijdens een verkiezingsavond onder meer aan zijn aanhang of ze minder Marokkanen wilden. Die vraag werd beantwoord met het scanderen van "minder, minder, minder". "Nou, dan gaan we dat regelen", reageerde Wilders toen.

Volgens het OM is op 10 september 2014 wel degelijk kenbaar gemaakt dat vervolging voor de uitspraken op 12 maart te verwachten was.

Hof zei eerder pas bij uitspraak te willen oordelen

Het hof moet nog beslissen over het verzoek van de verdediging. Het is niet duidelijk of het definitieve besluit dinsdag al wordt genomen of wordt uitgesteld tot vrijdag.

Eerder besloot het hof pas bij einduitspraak te willen oordelen of het OM wel of niet gerechtigd was om Wilders te vervolgen.

Ook in hoger beroep boete van 5.000 euro geëist

De zaak tegen Wilders draait om de uitspraken over minder Marokkanen die hij in 2014 deed. Volgens het OM heeft de politicus zich daarmee schuldig gemaakt aan groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie.

Ook in hoger beroep werd daarom een boete van 5.000 euro geëist.