Het Haagse gerechtshof heeft donderdag laten weten pas bij de einduitspraak in de zaak tegen Geert Wilders te oordelen of het Openbaar Ministerie (OM) gerechtigd was de PVV-leider te vervolgen. Hier is twijfel over door mogelijke politieke inmenging in de strafzaak.

Wilders' advocaat Geert-Jan Knoops had het gerechtshof verzocht om het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Justitie zou niet langer gerechtigd zijn om Wilders te vervolgen, omdat er volgens de advocaat overduidelijk sprake was van politieke bemoeienis. Dit komt neer op een schending van de scheiding der machten.

Een oordeel hierover komt wat het hof betreft te vroeg. "Er is nader onderzoek nodig", aldus de rechter. "Dat onderzoek moet onder meer op de zitting plaatshebben. Het pleidooi van de verdediging speelt daar ook een belangrijke rol in."

Verdediging vraagt hof zaak uit te stellen

De verdediging heeft het hof hierop gevraagd de zaak tot 11 oktober uit te stellen, omdat er nader onderzoek nodig is naar de stukken die op politieke bemoeienis zouden wijzen en stukken die nog niet openbaar zijn.

De stukken die nog niet openbaar zijn, zijn onderdeel van een Wob-verzoek van RTL Nieuws. De rechtbank Midden-Nederland besluit waarschijnlijk in oktober of ook deze stukken openbaar moeten worden gemaakt; vandaar dat Knoops tot dat moment wil wachten. Hij maakte duidelijk dat dit onderzoek niet kan plaatsvinden als hij nu al aan zijn pleidooi moet beginnen.

Wilders nam zelf ook het woord en zei het besluit van het hof "onbegrijpelijk en eenzijdig" te vinden. "Er wordt voorbijgegaan aan het bewijs dat er ligt. Hoeveel meer is er nog nodig?" De politicus verzocht het hof daarom om nader onderzoek toe te laten.

OM zegt vervolgbeslissing zelfstandig te hebben genomen

Het OM blijft erbij op 10 september 2014 zelfstandig de keuze te hebben gemaakt om Wilders te vervolgen. Knoops wil dat best geloven, maar stelt dat dit niet meer relevant is. Uit nieuwe documenten blijkt namelijk dat het ministerie van Justitie zich actief heeft bemoeid met de aanloop naar de strafzaak.

Uit interne e-mails zou blijken dat ambtenaren van het departement zich hebben bemoeid met de te voeren strategie. Het hof heeft deze communicatie inmiddels ook ingezien, maar dat leidde nog niet tot een definitief oordeel.

Ook in hoger beroep boete van 5.000 euro geëist

De zaak tegen Wilders draait om de uitspraken over "minder Marokkanen" die hij in 2014 deed. Volgens het OM heeft de politicus zich daarmee schuldig gemaakt aan groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie.

Ook in hoger beroep werd daarom een boete van 5.000 euro geëist. De rechtbank oordeelde eerder dat Wilders schuldig was aan groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, maar legde geen straf op.