Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag in het requisitoir duidelijk gemaakt dat Geert Wilders de rechtszaak tegen zijn persoon aan zichzelf te danken heeft, en dat er niet een zaak tegen hem is opgebouwd zoals de PVV-voorman en zijn advocaten stellen.

"Wie scherp formuleert, snijdt mensen in de ziel", aldus de advocaat-generaal (benaming van de officier van justitie in hoger beroep). "Wilders is met zijn uitspraken een juridische grens overgegaan."

De uitspraken waarop de advocaat-generaal doelt, zijn die van 12 en 19 maart 2014. Deze uitspraken zijn de reden dat Wilders in hoger beroep terechtstaat.

De PVV-voorman zei op 12 maart op een markt in Den Haag, in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, dat als het aan hem ligt er minder lasten komen voor de Nederlandse bevolking, en als het even kan ook minder Marokkanen.

Een week later sprak Wilders op de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen PVV-aanhang toe op een besloten bijeenkomst, waarbij ook de pers aanwezig was. Op de vraag van Wilders of de aanwezigen meer of minder Marokkanen wilden, scandeerde het publiek 'minder, minder, minder'. "Nou, dan gaan we dat regelen", klonk het antwoord.

OM benadrukt zelfstandig nemen van vervolgbeslissing

Het was de reden voor het OM om Wilders te vervolgen voor groepsbelediging op basis van ras en aanzetten tot discriminatie en haat. "Een beslissing die zelfstandig is genomen", benadrukte de advocaat-generaal nog maar eens. "Van politieke invloed is geen sprake geweest."

Volgens de verdediging van Wilders heeft de toenmalige minister van Justitie, Ivo Opstelten, mogelijk aangedrongen op vervolging van de PVV-leider.

Opstelten en de toenmalige voorzitter van het college van procureurs-generaal, Herman Bolhaar, zijn hier allebei over gehoord en herkennen zich niet in dit beeld.

"Er stond niemand aan ons bureau toen wij de vervolgbeslissing namen", herhaalde de advocaat-generaal de woorden van de officieren van justitie die het besluit destijds namen.

Publiek was van tevoren geïnstrueerd

"De gedachte dat de zaak tegen Wilders is opgebouwd is onjuist", vervolgde de advocaat-generaal. "Het is juist andersom."

Het OM wees erop dat de toespraak van Wilders voorbereid was en bewust scherp was aangezet zodat de speech zou worden overgenomen door de media. Het publiek was van tevoren geïnstrueerd de woorden 'minder, minder, minder' te scanderen.

"Mensen voelden zich gekwetst, onveilig, aangevallen en als minder weggezet", stelt de advocaat-generaal. "Daarom is er aangifte gedaan. Niet om de overheid een plezier te doen."

De verdediging betoogt dat het OM het doen van aangifte heeft gestimuleerd.

Strafeis mogelijk dinsdag al uitgesproken

Later op de dag of in de loop van woensdagochtend komt het OM met de strafeis. Voor de rechtbank werd er een boete van 5.000 euro geëist.

De rechtbank achtte Wilders in december 2016 schuldig aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie op 19 maart 2014, maar legde geen straf op. Beide partijen gingen in hoger beroep.