Het hoger beroep in de strafzaak die draait om de uitpraak 'minder Marokkanen' tegen PVV-leider Geert Wilders zal waarschijnlijk op 17 mei 2018 beginnen. Dat heeft de voorzitter van het gerechtshof in Den Haag gezegd tijdens de eerste regiezitting, die plaatsvindt in de beveiligde rechtbank op Schiphol.

Wilders is dinsdag zelf aanwezig bij de zitting, waarop beide partijen hun grieven en bezwaren kenbaar kunnen maken en hun onderzoekswensen kunnen indienen. De advocaat-generaal heeft geen nieuw onderzoek gevraagd.

Wilders´ advocaat Geert-Jan Knoops wil onder meer dat er een ''gedegen wetenschappelijk onderzoek" wordt gedaan naar belangrijke elementen in deze ''bijzondere zaak". Het gaat dan onder meer om de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting. Volgens Knoops is een onderzoek noodzakelijk, omdat het gaat om een belangrijk fundament van de democratie en de rechtsstaat.

Vrijheid van meningsuiting

Hij laakte in dat verband het vonnis van de rechtbank in Den Haag uit december 2016, dat volgens hem feitelijke misslagen bevat. Daarmee kreeg de vrijheid van meningsuiting een ''juridische dolksteek", zei de advocaat. Maar ook naar andere begrippen moet nader onderzoek komen om deze zaak goed te kunnen voeren.

Het gaat onder meer om het begrip discriminatie, dat in internationale verdragen is vastgelegd, en de vraag wat nu wel of niet een bijdrage is aan het publieke debat.

Het Openbaar Ministerie is in beroep gegaan omdat het een hogere straf wil. Wilders werd schuldig bevonden aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie van Marokkanen. Hij kreeg echter geen straf opgelegd. Ook Wilders tekende beroep aan.

Wilders in beroep: een overzicht van de 'minder-Marokkanen'-zaak
94
Wilders in beroep: een overzicht van de 'minder-Marokkanen'-zaak