Snoeihard rapport gaswinning: rampzalige situatie structureel genegeerd
De belangen van Groningers zijn structureel genegeerd bij de gaswinning. Ook is "hun leed stelselmatig miskend", wat rampzalig heeft uitgepakt voor inwoners van het aardbevingsgebied. Dat oordeelt de enquêtecommissie in het eindrapport.
De commissie die onderzoek deed naar zestig jaar gaswinning in Groningen vindt dat Nederland "een ereschuld heeft aan de Groningers". Die moet worden ingelost.
Zestig jaar gaswinning uit het Groningenveld was "zó succesvol en lucratief" voor de Nederlandse overheid en oliebedrijven Shell en ExxonMobil. Daarom was er volgens de commissie "amper oog" voor de risico's en nadelige gevolgen voor de Groningers.
De commissie noemt de situatie bewust "rampzalig". Ze benadrukt dat Nederland weinig andere vergelijkbare voorbeelden kent met "zo'n groot aantal gedupeerden". Alle partijen, zowel de Staat als de oliebedrijven, hebben hun plichten verzaakt. De veiligheid van Groningers werd jarenlang niet geborgd. Het heeft geleid tot "een ongekend systeemfalen".
In haar rapport schrijft de commissie dat op verschillende momenten niet is ingegrepen, terwijl dat wel had gekund. Een belangrijk voorbeeld daarvan is het jaar 2013. Toen werd een recordhoeveelheid gas uit de Groningse bodem gewonnen, terwijl de toezichthouder had geadviseerd de gaswinning zo snel mogelijk te verlagen. Een jaar eerder had de zware beving bij Huizinge plaatsgevonden.
De gevolgen van de aardbevingen voor de Groningers zijn dan ook stelselmatig te laag ingeschat. "Als de aardbevingsproblematiek vanaf het begin af aan serieus was genomen, dan had veel ellende voorkomen kunnen worden", zegt de commissie.
Groningers konden niet altijd op solidariteit rekenen
Niet alleen de politici in Den Haag hebben de problemen jarenlang onderschat, ook de rest van Nederland deed dat. "Daardoor hebben Groningers niet altijd op solidariteit kunnen rekenen", stelt de commissie.
De enquêtecommissie en de Radboud Universiteit hebben het publieke debat van de afgelopen jaren onder de loep genomen. Daaruit bleek dat er landelijk lange tijd weinig aandacht was voor de problematiek in Groningen. De commissie is verbaasd dat een deel van de Nederlanders de problemen nauwelijks serieus lijkt te nemen.
Mogelijk komt dat doordat de situatie in Groningen een "ramp in slow motion" was: de problemen stapelden zich gedurende tientallen jaren op. Ook kan afstand een rol spelen.
Daarvoor voelden de Groningers zich "niet gezien en gehoord". Ze zijn "in dat opzicht in de steek gelaten", stelt de commissie.
Leveringszekerheid is gebruikt als rookgordijn
De beving bij Huizinge in de zomer van 2012 was een kantelpunt in het dossier. Uit onderzoek van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) bleek dat er zwaardere bevingen kunnen komen dan tot dan toe gedacht. Toch duurde het nog jaren voordat de gaswinning flink afgebouwd werd.
Volgens de commissie komt dit mede doordat de leveringszekerheid lange tijd is gebruikt als "rookgordijn". In Nederland, maar ook in de buurlanden, zijn veel huishoudens en bedrijven afhankelijk van het Groningse gas. Dit argument werd regelmatig aangegrepen om te betogen dat de winning niet omlaag kon.
"De buitenwereld werd bewust niet wijzer gemaakt", stelt de enquêtecommissie. Het is "zeer kwalijk" dat het ministerie van Economische Zaken hier vaak mee heeft geschermd.
Ook was de opbrengst van de gaswinning jarenlang belangrijker dan de veiligheid van Groningers. De commissie benadrukt dat het niet gek is dat de financiën een rol spelen bij de besluitvorming. Maar de mate waarin de Staat zich door geld heeft laten leiden, heeft wel tot verbazing geleid.
De commissie vindt dat de Staat "ernstig tekortgeschoten" is in het behartigen van de publieke belangen, zoals de veiligheid en gezondheid van Groningers.
Excuses premier hebben niks uitgericht
Bij de gaswinning in Groningen en de gevolgen daarvan zijn in tientallen jaren veel verschillende bewindspersonen en partijen betrokken geweest. De enquêtecommissie stelt daarom dat alle partijen samen hebben gefaald. "Dat is niet altijd terug te voeren op kwade opzet en ook niet altijd op afzonderlijke partijen."
Desondanks is de commissie hard over het handelen van oud-minister van Economische Zaken Henk Kamp. Zijn ambtenaren hebben hem op verschillende momenten belangrijke informatie onthouden. De commissie vindt dat de minister te passief heeft gehandeld, omdat hij zijn ambtenaren scherper had moeten bevragen.
Maar ook deze ambtenaren hebben "verzaakt hun publieke taak goed uit te voeren". Daardoor heeft de Tweede Kamer haar controlerende taak ook niet goed kunnen uitvoeren en is het debat "op onjuiste gronden gevoerd". De commissie vindt dit een "ernstige en verwijtbare tekortkoming".
Ook premier Mark Rutte heeft te weinig betekend voor de Groningers. Juist als premier had hij een "wezenlijke verandering" kunnen teweegbrengen, stelt de commissie. Maar meer dan meedenken met zijn vakministers heeft Rutte eigenlijk niet gedaan. Ook hebben de excuses die hij maakte aan de Groningers niet geleid tot een verandering waar ze iets aan hebben gehad.
De commissie is sowieso kritisch over de gemaakte excuses van verschillende bewindspersonen en voormalige directeuren van de oliebedrijven. "Die worden nauwelijks gevolgd door de beloofde beterschap." De commissie vindt dat ze daarom weinig waarde hebben. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren keer op keer loze beloften gedaan. Hierdoor is het vertrouwen bij veel Groningers "volledig verloren gegaan".
Ereschuld moet worden ingelost
Nog steeds zijn de problemen in Groningen niet opgelost. Duizenden mensen weten tot op de dag van vandaag niet of hun huis veilig is. De commissie doet in haar rapport verschillende aanbevelingen, waarvan de belangrijkste het versimpelen van de schadeafhandeling en het versnellen van de versterkingsoperatie is.
Ook moet de ereschuld aan Groningen worden ingelost. In zestig jaar heeft de Staat ruim 363 miljard euro verdiend aan de gaswinning. De welvaart in Nederland is hiermee opgebouwd, maar van een speciaal fonds voor economische projecten is bijvoorbeeld maar 1 procent uitgegeven in het noorden van het land.
Groningen is achtergebleven met de gevolgen: de schade, de gevolgen voor het landschap en de pijn. De Staat en de oliemaatschappijen moeten deze ereschuld samen inlossen. Dat gaat om geld, maar ook om "menskracht en aandacht" voor de regio.


