De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet smartengeld betalen aan 65 aardbevingsgedupeerden in Groningen vanwege immateriële schade, oordeelt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De zaak werd in 2014 aangespannen namens 127 gedupeerden van de Groningse aardbevingen tegen de NAM. De eisers vinden dat de aardbevingen hun woongenot hebben aangetast en dat zij een vergoeding moeten krijgen voor de immateriële schade, zoals angst of hoofdpijn.

De rechtbank in Assen stelde in maart 2017 de NAM aansprakelijk voor de immateriële schade van een aantal van de 127 gedupeerden. De rechtbank achtte toen bewezen dat de aardbevingen het woongenot aantasten van bewoners bij het gasveld in Groningen, waar regelmatig bevingen te voelen zijn.

Het gerechtshof hield zich dinsdag bij de beoordeling van de zaken aan een eerdere uitspraak van de Hoge Raad over de afwikkeling van bevingsschade. Deze uitspraak uit juli van dit jaar houdt in dat woningeigenaren- of huurders recht hebben op een vergoeding voor het missen van woongenot wanneer er minimaal één keer fysieke schade aan het pand is vastgesteld.

Wanneer er minimaal twee keer fysieke schade is vastgesteld, hebben zij recht op een vergoeding aan smartengeld. Dit bedraagt minimaal 2.500 euro per persoon.

Dertien vorderingen afgewezen

Van de 127 eisers zijn de vorderingen van dertien van hen om wisselende redenen afgewezen. Bij 49 eisers wordt de procedure nog voortgezet. Bij sommige van hen is geen fysieke schade vastgesteld en bij anderen is eenmaal fysieke schade vastgesteld. De vervolgzaak gaat dan over het recht op smartengeld.

De 65 eisers die in het gelijk zijn gesteld, hebben allemaal recht op een vergoeding vanwege het gemis aan woongenot. De hoogte van hun vergoeding wordt in een aparte procedure besproken.

Zo ontstaan aardbevingen in Groningen
52
Zo ontstaan aardbevingen in Groningen