Opgroeien in het gaswinningsgebied in Groningen heeft op verschillende wijzen invloed op het leven van kinderen, meldt het rapport Een veilig huis, een veilig thuis van de Rijksuniversiteit Groningen, dat donderdag is verschenen.

In het kwalitatieve onderzoek, waarvoor 49 kinderen zijn ondervraagd, wordt een overzicht gegeven van wat de ervaringen zijn van kinderen en jongeren die opgroeien in het Groningse gaswinningsgebied. Het onderzoek doet geen uitspraak over het aantal kinderen voor wie deze ervaringen gelden.

Bij het onderzoek gaf een deel van de ondervraagde kinderen aan "gewend te zijn" aan de gaswinningsproblematiek en er geen last van te ondervinden. Volgens de onderzoekers heeft deze groep in hun directe omgeving vaak minder te maken met de gevolgen van de gaswinning, bijvoorbeeld doordat ze geen of beperkte schade hebben aan hun eigen huis.

Het andere deel van de kinderen, dat wel aangeeft last te ondervinden van de gaswinningsproblematiek, wordt in hun directe omgeving vaker geconfronteerd met de gevolgen van de gaswinning, onder meer door gedwongen verhuizingen of grote schade aan hun huis.

Kinderen uit deze groep geven onder meer aan zich thuis niet altijd veilig te voelen en angst te ervaren, bijvoorbeeld voor het instorten van hun huis. Sommigen van hen hebben ook last van concentratieproblemen, zindelijkheidsproblemen of nachtmerries.

'Deel voelt zich onveilig in eigen huis'

Hoofdonderzoeker en universitair docent Elianne Zijlstra laat aan NU.nl weten dat de mate verschilt waarin deze angsten doorspelen in het dagelijks leven van de kinderen.

"Voor de een speelt de gaswinningsproblematiek een grotere rol dan voor de ander in het dagelijkse leven. Een deel van hen voelt zich bijvoorbeeld onveilig in hun eigen huis, maar voor anderen speelt het geen dagelijkse rol in hun leven."

'Kinderen hebben behoefte aan veilige huizen'

Volgens het onderzoek heeft de gaswinningsproblematiek ook invloed op de leefomgeving van de kinderen. Doordat zij in beschadigde huizen wonen en de schadeafhandelingen langer duren, zijn hun ouders vaak minder beschikbaar en kan dit thuis voor onenigheden zorgen.

Uit de ervaringen van de kinderen komt volgens het onderzoek naar voren dat zij behoefte hebben aan veilige huizen en de overheid niet vertrouwen. De kinderen waarvan het huis beschadigd is, willen weten wat er met hun huis gaat gebeuren en wanneer. Vaak zijn zij onzeker over wat er gaat gebeuren.