De aardbeving die in 2012 in het Groningse dorp Huizinge plaatsvond, is een "bijzondere omstandigheid" die mogelijk invloed heeft op de waarde van de woningen in het gebied. Ook op de waarde van een huis dat geen zichtbare schade heeft, oordeelt de Hoge Raad vrijdag. 

Hiermee komt de hoogste rechter in Nederland tot een andere conclusie dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat vorig jaar oordeelde dat alleen woningen met fysieke schade in waarde daalden. 

De zaak was aangespannen door een eigenaar van een woning in het aardbevingsgebied. Het pand in kwestie had geen schade opgelopen door de zwaarste aardbeving die tot nu toe in de provincie heeft plaatsgevonden. Toch kan de zware beving van invloed zijn op de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), waarin de waarde van een pand wordt bepaald naar de staat waarin het gebouw op de waardepeildatum verkeert, aldus de Hoge Raad.

De rechter acht zich echter niet bevoegd om zelf te bepalen of de waarde van dit specifieke huis is gedaald en verwijst dit door naar het gerechtshof.

Aardbevingen

De schade aan de huizen wordt veroorzaakt door de aardbevingen, die op hun beurt weer het gevolg zijn van de gaswinning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM).

Door de schade, maar ook door de verminderde populariteit van de huizenmarkt in het bevingsgebied, kunnen de huiseigenaren hun woning moeilijker verkopen en krijgen ze vaak een lagere prijs voor het pand. 

Stopzetten

Door de gaswinning in Groningen vinden met regelmaat aardbevingen plaats. In januari werd de provincie getroffen door een beving met een magnitude van 3.4. Dit was de zwaarste aardbeving sinds Huizinge. 

Het kabinet heeft daarom donderdag bekendgemaakt de gaswinning uiterlijk in 2030 stop te zetten. Voor 2022 kan de provincie al een forse vermindering van de gaswinning verwachten.