Na het zien van de trailer van Supreme Commander, kreeg ik de kriebels. Jeuk aan de vingers zelfs. Het spel greep me bij m’n ballen en wist me niet meer los te laten. Toen ik de kans kreeg om de game ook daadwerkelijk te spelen, greep ik deze uiteraard met beide handen aan. Wordt Supreme Commander de hit waarop elke Total Annihilation fan al jaren hoopt?

Na het zien van de trailer van Supreme Commander, kreeg ik de kriebels. Jeuk aan de vingers zelfs. Het spel greep me bij m’n ballen en wist me niet meer los te laten. Toen ik de kans kreeg om de game ook daadwerkelijk te spelen, greep ik deze uiteraard met beide handen aan. Wordt Supreme Commander de hit waarop elke Total Annihilation fan al jaren hoopt?

De versie van Supreme Commander die mij in de schoot werd geworpen was de Multiplayer Beta. Geen singleplayer tutorial, geen skirmish, alleen multiplayer. Dat is toch wel aardig behelpen. Alleen een tekstbestand gaf mij een kleine introductie van de toetscombinaties die er in het spel zaten, maar verder moest ik mezelf zien te helpen. En dat is nogal wat, de enige manier om het te leren is om je kont grondig geschopt te krijgen door mensen die al wel enkele uurtjes met de game hebben doorgebracht. Gelukkig viel dit nog wel mee, ik was niet de enige die er geen zak van kon.


Uniek?
Na veel gepiel met de instellingen om de game ook maar enigszins aan de praat te krijgen, stond ik dan toch echt eindelijk op het slagveld van Supreme Commander. De opzet van Supreme Commander is anders dan wat we van RTS-games gewend zijn. Het gaat ook in Supreme Commander om grondstoffen vergaren, maar dan op een andere manier. Er zijn maar twee grondstoffen in de game, namelijk Mass (massa) en Energy (stroom). Op verschillende plekken van de map zijn er speciale punten waarop je Mass Extractors kunt bouwen. De Mass Extractors zorgen voor een constante stroom van de Mass-resource. Om aan Energy te komen heb je de mogelijkheid powerplants te bouwen, die vervolgens ook voor een constante stroom zorgen. De grondsotoffen gaan nooit op, maar het is dan ook de bedoeling om deze op een heel andere manier te benutten. Het is de bedoeling nagenoeg even veel grondstoffen binnen te krijgen als er ook meteen weer uit te gooien, om zo non-stop legereenheden te produceren. Doe je dit goed dan gaat de productie vloeiend, doe je het fout dan stagneert je hele economie.

Vanzelfsprekend ging het bij mij de eerste tien keer gewoon grandioos fout, maar je moet leren van je fouten. En uiteindelijk kwam ik dan toch goed op gang. Grondstoffen blijven komen en de units van de verschillende tech-levels (tech 1 units of gebouwen zijn vele malen zwakker dan tech 3 units en gebouwen) kwamen met de tientallen uit mijn fabrieken tevoorschijn.


Gecontroleerde chaos
Wanneer je economie op rolletjes loopt, komt het leuke gedeelte van het spel: je vijand proberen te overrompelen met zoveel mogelijk units. Je kunt ter land, ter zee en in de lucht aanvallen. Bommenwerpers die verdedigingen overhoop halen, artillerie die alles op een afstand aan gort knalt, zware destroyers die het binnenland bombarderen en infanterie ondersteund door tanks, die de restjes opruimen. Dat alles terwijl transportschepen heen en weer vliegen met nieuwe manschappen voor aan de frontlinie, onderzeeërs die de vijandelijke vloot kort en klein maken en bevriende fighters die je eigen bommenwerpers en transportschepen beschermen. Het is enorm indrukwekkend om te zien hoe je legerunits gaan en staan waar je ze beveelt te gaan en alles wat er vijandelijk uitziet helemaal aan gort knallen.

De graphics staan dan ook zeker hun mannetje. Terwijl je, als je pas begint, opmerkt dat het landschap er wel erg leeg uitziet, maakt dit later werkelijk niets meer uit, omdat je toch alles naar de filistijnen schiet. De kogels, kanonnen, torpedo's, bommen en god weet wat nog meer, vliegen je om de oren, terwijl je in de hectiek je basis probeert draaiende te houden. Elke unit ziet er gedetailleerd uit en de wapens knallen automatisch als er iets wat niet van jouw kleur in de buurt is, zonder dat je hen daar de opdracht voor hoeft te geven. Dit lijkt slecht, maar fijner kan het gewoon niet, want zo krijg jij de tijd even naar je basis te kijken terwijl je de units op pad stuurt. Als vervolgens het gevecht begint, kun je de camera ontzettend diep inzoomen, zodat je met je neus op de briljante actie zit.



Azijnpissen
Niets dan lof dus? Nee, dat ook weer niet. De interface is enorm beeldvullend, wat nog maar een relatief klein deel van je scherm vrijhoudt voor de actie zelf. Doordat het een beta was, zat het spel nog vol bugs, dus dit kan ik de game eigenlijk nog niet aanrekenen. Toch vind ik dat voor nu nog het melden waard. De Gas Powered Games-client had veel gebreken, liep vaak vast en resulteerde te vaak in een reboot. Twee tegen twee, drie tegen drie of vier tegen vier matches waren onmogelijk vanwege de traagheid die het met zich meebracht, al kon ik het niet laten om het toch te proberen. Het limiet aan units stond nog ingesteld op 250, maar met een nieuwe patch was dit al verhoogd naar 500. Het inbeelden van vier tegen vier matches met ieder 500 units, laat mijn handen weer jeuken om het toch nog een keer te proberen.

Daarnaast zijn er de drie facties. De facties zijn duidelijk verschillend wat betreft de kleur, maar dan houdt het ook wel op. Alle facties hebben in feite dezelfde gebouwen en dezelfde units, alleen dan met een andere look en soms nog wel eens een andere naam. Meer verschillen zijn er niet, op de grote uiteindelijke tech units na. Dit mag wat mij betreft nog wel iets verder uitgediept worden.

 
Ondanks de vele beta fouten, bleef ik het spel spelen, wat meer dan genoeg zegt over de game. Supreme Commander is verslavend, stoer, mooi en gewoon pure chaos. Het grondstoffensysteem is wennen, maar werkt goed. De engine moet nog wat fijner afgesteld worden om de grote matches mogelijk te maken, want vier tegen vier kan niets anders dan ronduit meesterlijk zijn!