Tijdens gamebeurs E3 werd dit jaar vooral één ding duidelijk: de coronacrisis heeft een flinke impact gehad op de ontwikkeling van nieuwe games.

Ieder jaar presenteren gamebedrijven hun grote plannen op de beurs E3. Normaal gesproken in Los Angeles, maar wegens de coronapandemie gebeurde het ditmaal allemaal digitaal.

Onder andere Nintendo, Microsoft, Ubisoft en Square Enix lieten hun titels voor de komende periode zien, maar daartussen stonden overwegend weinig verrassingen. Zo waren de grootste klappers bijvoorbeeld Elden Ring en een vervolg op The Legend of Zelda: Breath of the Wild, twee spellen die al eens eerder waren aangekondigd en vanaf 2022 in de winkels liggen.

Nintendo speelde op zijn beurt veel in op nostalgie, met vervolgen op games die begin 21e eeuw op de Game Boy Advance hoog gewaardeerd werden. Scifireeks Metroid krijgt voor het eerst in negentien jaar een volwaardig nieuw deel, terwijl het tactische oorlogsspel Advance Wars in het nieuw wordt gestoken.

Teaser van sequel The Legend of Zelda: Breath of the Wild
1
Teaser van sequel The Legend of Zelda: Breath of the Wild

Xbox-maker Microsoft pakte ook uitgebreid uit met schietspel Halo Infinite, maar die game stond al gepland voor eind 2020. Het spel werd na onvrede van fans uitgesteld, omdat de eerste beelden er ondermaats uit zagen. Nu staat het spel gepland voor eind 2021 en zijn nieuwe, opgepoetste trailers getoond.

Grote, totaal nieuwe games waren er wel, maar in veel mindere mate dan bij voorgaande beurzen. De makers van Tomb Raider werken aan een game gebaseerd op de Marvel-helden uit Guardians of the Galaxy, terwijl het Franse Ubisoft een game baseert op de Avatar-film uit 2009.

Weinig voor alleen PS5 en Xbox Series X

Afgelopen jaar introduceerden Sony en Microsoft hun nieuwe generatie spelcomputers, maar die leken op E3 naar de achtergrond te zijn verdwenen. Spellen die dit jaar verschijnen, worden veelal ook uitgebracht voor de oudere machines van beide bedrijven. Het aantal spellen dat alleen gemaakt is voor de krachtigste apparatuur, is schaars.

Daarmee lijkt het coronavirus stilletjes te regeren tijdens de E3. Het aanbod was dit jaar schaarser, vermoedelijk omdat de ontwikkeling van veel grote, nieuwe spellen vertraging heeft opgelopen. Studio's gingen thuiswerken, terwijl het ontwikkelen van games een complex proces is.

Tekort aan spelcomputers

De pandemie zorgt er ook voor dat ontwikkelaars nog niet happig zijn op games die exclusief zijn voor de Xbox Series X en PlayStation 5. Beide spelcomputers zijn sinds eind vorig jaar al uitermate slecht verkrijgbaar door een wereldwijd chiptekort. Een probleem dat ook door de coronacrisis is veroorzaakt. Volgens Sony zal dit nog zeker de rest van het jaar voortduren.

Dat alles maakt E3 een minder groot spektakel dan in vorige jaren. Het aantal nieuwe games is beperkter en bescheidener, waarna we pas in 2022 vermoedelijk weer echt grote onthullingen kunnen verwachten. Daar staat tegenover dat gameontwikkelaars het financieel niet erg moeilijk hebben - tijdens lockdowns bleek dat steeds meer mensen gingen gamen.