De zelflerende computer AlphaStar is beter dan 99,8 procent van de spelers die de afgelopen maand op Europese servers van het online strategiespel StarCraft II actief waren. De software van DeepMind, een zusterbedrijf van Google, wist die positie te bereiken door online wedstrijden tegen anderen te spelen, schrijven onderzoekers van het bedrijf in een woensdag gepubliceerd artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

In het strategiespel StarCraft II moeten spelers voorwerpen verzamelen, een basis bouwen en uiteindelijk hun tegenstander verslaan. De game combineert het managen van kortetermijntaken met het langetermijndoel om een wedstrijd te winnen.

Het scenario van het populaire spel, dat ook als e-sport wordt gespeeld, is interessant voor onderzoekers op het gebied van kunstmatige intelligentie, zoals DeepMind. Dat komt onder meer omdat een spel zich op veel verschillende manieren kan ontwikkelen, zoals situaties in de echte wereld ook op allerlei manieren kunnen uitpakken.

DeepMind ontwikkelde AlphaStar in drie verschillende versies, elk beter dan de voorgaande. De laatste versie van de zelflerende software eindigde op de ranglijst uiteindelijk hoger dan 99,8 procent van de ongeveer 90.000 spelers die in de afgelopen maand StarCraft II speelden.

Om de wedstrijden tussen de computer en mensen eerlijker te laten verlopen, werd AlphaStar beperkt tot het uitvoeren van maximaal 22 unieke acties per vijf seconden. Ook moest er minimaal 110 milliseconden zitten tussen het zien van een gebeurtenis en de reactie van AlphaStar daarop.

In december versloeg een eerdere versie van AlphaStar al twee professionele StarCraft II-spelers. Hoewel de software zich kan meten met de beste spelers van de wereld, is AlphaStar nog niet in staat de wereldtop altijd te kunnen verslaan. Een zwak punt van AlphaStar is bijvoorbeeld hoe de software reageert als het situaties tegenkomt die het niet kent.