Keith Bakker, de oprichter en manager van het Smith & Jones Centre in Amsterdam, stelt dat het centrum veel gamers over de vloer krijgt die eigenlijk helemaal niet verslaafd zijn.

Het centrum helpt mensen die verslaafd zijn aan gamen, maar in 90 procent van de gevallen gaat het om mensen met sociale problemen. Het centrum kan hen volgens Bakker niet helpen, maar wel de ouders en de docenten van de jongeren. De overige 10 procent zijn volgens Bakker wel echte verslaafden, voornamelijk omdat ze ook neigingen hebben om zich te binden aan alcohol en drugs.

“Deze jongeren komen binnen met symptomen die lijken op andere verslavingen en chemische afhankelijkheid. Maar hoe langer we werken met deze jongeren des te meer ik geloof dat dit geen verslaving is. Veel van deze jongeren hebben hun ouders en docenten nodig, dit is een sociaal probleem”, aldus Bakker.

“Dit gameprobleem is een resultaat van de samenleving waarin wij momenteel leven. Tachtig procent van de jongeren wordt gepest op school of voelt zich alleen. Veel van de symptomen kunnen opgelost worden door terug te gaan naar het ouderwetse communiceren. In de meeste gevallen van compulsief gamen is het geen verslaving en in dat geval ligt de oplossing ergens anders.”

Schuld ligt bij de ouders

Bakker zegt dan ook dat de oorzaak van overdreven gamegedrag bij de ouders ligt. Zij falen in het zorgen voor hun kinderen. Verder wist Bakker te melden dat het centrum ook onderzoek deed naar agressief gedrag en de link naar gewelddadige games. Volgens Bakker is daaruit gebleken dat het gedrag al aanwezig is in die persoon voordat hij of zij de games speelt.

Bakker gelooft daarom dat ouders en andere opvoeders meer aandacht moeten geven aan hun kinderen en hun problemen rond isolatie en frustratie. Jongeren met deze gevoelens trekken zich vaak terug en in sommige gevallen vinden ze elkaar via games en vormen ze een groep met dezelfde woedegevoelens. Ouders moeten hen daarover laten praten en ze uit die virtuele wereld halen.