Het nieuwste geesteskindje van Sims-bedenker Will Wright ligt eindelijk in de winkels. Maar hoe leuk is het nu eigenlijk om met je eigen creatie door een compleet evolutieproces te jakkeren?

Nou, dat is dus leuk. Heel leuk, zelfs. Al had ik een paar dagen geleden nog mijn twijfels. Spore gaat namelijk niet overtuigend van start. Je begint met het kiezen van een thuisplaneet, waarna je snel je eerste wezen ‘maakt’. Dat wil voornamelijk zeggen dat je bepaalt of het een carnivoor of herbivoor moet zijn, terwijl je hem daarna met nog zeer beperkte middelen probeert een eigen look te geven.

Onderwateravontuur

Vervolgens word je in een 2D oceaan gedumpt. Hier jaag je met je viswezen op een flOw-achtige manier op andere vissen of planten. Af en toe speel je nieuwe onderdelen vrij om je vis mee te pimpen, terwijl je zo nu en dan moet paren om deze onderdelen aan je creatie te mogen plakken. Het is allemaal niet vervelend, maar het barst ook absoluut niet uit zijn voegen van pure spelpret. Zeker als je bovengenoemde PSN-game al eens hebt gespeeld, zul je al snel een been-there-done-that-gevoel krijgen.

Gelukkig duurt deze celfase niet veel langer dan vijftien à twintig minuten. De volgende vier stages zijn een stuk interessanter. Na je onderwateravontuur mag je jouw vis van benen voorzien en zwemt het beest naar de oppervlakte, om zijn evolutie aan wal voort te zetten. De wezenfase is alsnog vrij prehistorisch van opzet. Je wezen begint al een bewustzijn te creëren, maar gebruikt dit voornamelijk om te overleven. Dit doe je door voedsel te verzamelen en vooral ook door op te letten dat je zelf niet op het bord van andere wezens belandt. In feite speelt deze fase een beetje als een RPG, compleet met hitpoint-meters en hongerbalk, maar dan zonder al te veel de diepte in te gaan.

Volwassen

Wel wordt in deze fase alvast een vleugje diplomatie geïntroduceerd. Zo kun je op een bepaald moment verschillende wezens strikken om je bij te staan in je strooptochten. Dat kunnen soortgenoten zijn, maar ook wildvreemde wezens in de 3D spelwereld. Om deze creaturen aan je troep toe te voegen, moet je ze imponeren door te poseren, dansen, zingen of charmeren.

Ook wordt in dit tweede level de creatie-/editfunctie van de game volwassen. Onderdelen verdien je door andere soorten uit te roeien en door geraamtes in de spelwereld te onderzoeken. Het aantal beschikbare onderdelen is aanzienlijk groter dan in de eerste fase en het is dan ook een stuk leuker om hier je creativiteit te botvieren. Door een partner op te roepen en te paren, kun je zo vaak je wilt teruggaan naar de editor en je creatie aanpassen.

Sims-humor

Hoe basic de eerste twee fases ook zijn opgezet, ze krijgen één ding wel goed voor elkaar. Je ontwikkelt echt een band met je eigen creatie. Dit is voor een deel natuurlijk te danken aan het feit dat je hem zelf hebt mogen vormgeven en de moeite die je hebt gedaan om het beestje in leven te houden.

Maar ook de humor, in de vorm van het sympathieke stijltje dat we kennen van Maxis’ The Sims-serie, draagt absoluut bij aan het vormen van een vreemd soort vertederde liefde voor je eigen personage. De geluiden die hij uitkraamt, de dansjes, de inmiddels bekende stripachtige spreekwolkjes waarmee soortgenoten en vrienden communiceren. Ik zat met een constante grijns te spelen.


Deze band wordt in de laatste drie fases van de game ruw doorbroken. Van een persoonlijke en RPG-achtige gameplay ga je over naar het grootschaligere RTS-werk. In de stamfase bestuur je nog je eigen wezens, maar dan wel in meervoud. Door met je nieuwe bijlen en speren vijandelijke stammen te verslaan, of door ze op vriendelijke wijze bondgenoot te maken (daarvoor moet je op nieuw verworven instrumenten spelen om een goede indruk achter te laten), moet je het hele land zien te veroveren.

Oppervlakkig

In de beschavingsfase doe je dit nog eens dunnetjes over, maar dan op wereldniveau. Daarbij bestuur je niet meer je wezens, maar voertuigen, schepen en vliegtuigen. Ondertussen krijg je te maken met de opbouw van eigen steden en een bescheiden vorm van resource gathering, die nu niet meer draait om voedsel, maar geld. Ook hier houdt Spore alles vrij oppervlakkig. Je kunt voor je steden kiezen uit drie gebouwen, een soort verdedigingsgeschut en wat verfraaiingen. Hoewel je andere steden kunt veroveren door ze plat te bombarderen, geld te geven of er je religie te verspreiden, zijn er uiteindelijk weinig verschillen aan te wijzen tussen deze benaderingen.

Wel krijg je ondertussen steeds meer gelegenheid om je eigen vormgevingstalent toe te passen. Zo kun je vanaf de stamfase ook ‘kleding’ voor je schepsels uitkiezen, terwijl je in de beschavingsfase zelfs alle gebouwen en voertuigen zelf mag ontwerpen. Zoals we al wisten van de Creature Creator, werkt dit allemaal heel simpel. En mocht het je allemaal te veel worden, dan kun je altijd nog een kant en klaar ontwerp uitkiezen. Ook is het mogelijk om de creaties van andere spelers te gebruiken, door ze te selecteren in de online Sporepedia.

Eindelijk interessant

Heb je jouw eigen planeet helemaal veroverd, dan is het tijd om je eigen ruimteschip te creëren. Hiermee beland je in het laatste en beste deel van het spel: de ruimtefase. Waar de game totnogtoe steeds vermakelijk maar basic was, wordt Spore nu opeens dieper, ingewikkelder en (voor doorgewinterde gamers) interessanter. Daarmee wil ik niet zeggen dat Spore in de ruimte opeens dezelfde diepgang krijgt als een echte space-RTS als Sins of a Solar Empire, maar er is tenminste enig denkwerk vereist.

Je wordt dan ook niet meer aan het handje gehouden, maar moet zelf een goede balans zien te vinden tussen de verschillende taken die je te wachten staan. Denk daarbij aan handelen met andere naties, missies uitvoeren voor je eigen beschaving en (beoogde) bondgenoten, planeten koloniseren en uitbouwen, diplomatieke banden onderhouden en meer. Ondertussen pendel je constant heen en weer met je ruimteschip, van de ene naar de andere planeet. En het universum is enorm. Deze schaalvergroting komt enigszins uit de lucht vallen. Je zult aanvankelijk vooral bezig zijn met het aftasten van de mogelijkheden.

Maar eenmaal gewend aan deze omwenteling, zul je zien dat Spore hier pas echt uit de verf komt. Alle onderdelen uit de vorige fases komen hier samen en vormen een uitdagend geheel. Er zijn tal van manieren om je tijd door te brengen in het universum, of je nu zware onderhandelingen voert met hautaine beschavingen, piraten betaalt om een vijand lastig te vallen, een gekoloniseerde planeet bewerkt met terraforming-gereedschap of zelf een wereld bezoekt, op zoek naar wezens om te kidnappen. De ruimtefase is een geweldig stukje spel.

Apen met knotsen

Over het geheel bezien is Spore echter niet de kraker waarop we al die jaren gehoopt hadden. De titel probeert te veel spelstijlen samen te brengen in één game, waardoor de gameplay over het algemeen erg oppervlakkig blijft. Toch weet deze game een unieke ervaring op te roepen, die naar het einde toe ook nog eens uitdagende vormen aanneemt. En dat je niet iedere fase even leuk zult vinden, maakt ook niet zoveel uit. Als je het spel eenmaal hebt uitgespeeld, kun je bij een nieuwe game altijd zelf uitkiezen in welk evolutiestadium je wilt beginnen.

Daarnaast is het spel erg goed verzorgd. De geluidseffecten zijn uitstekend, met sfeervolle soundtracks, vette beestengeluiden en het koddige gebrabbel dat we van de Sims kennen. De beelden zijn niet weergaloos mooi, maar het stijltje werkt wel (en dikwijls op de lachspieren). Bovendien draait de game moeiteloos op minder zware pc’s. En ook de tussenfilmpjes, die je bijvoorbeeld te zien krijgt als je naar een nieuwe fase gaat, toveren regelmatig een glimlach op het gezicht van de speler. Zo mag je genieten van een zeer geslaagde parodie op de apen-met-knotsen-scène uit Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey, wanneer je de stamfase bereikt hebt.

Maar de echte kracht van Spore zit ’m vooral in de creatiemogelijkheden en de community. Je mag heel veel zelf ontwerpen en vrijwel alles wat je in de spelwereld tegenkomt, is een creatie van een andere Spore-speler. Dat verschillende ontwikkelingspaden (herbivoor/carnivoor, religieus/militair) niet zo’n verschillende gameplay opleveren, maakt dan ook niet zoveel uit voor de houdbaarheid van het spel. De waarschijnlijkheid dat je steeds weer andere creaties tegen het lijf loopt, maakt de game al bijna oneindig speelbaar.

Spore is een geweldige, verfrissende game. Het blijkt echt leuk om je eigen schepsel te creëren en daarmee een evolutionaire reis te maken van de prehistorie naar de verre toekomst. Helaas lijkt de game af en toe wel op te veel gedachtes te hinken, waardoor de – weliswaar afwisselende – gameplay lang aan de oppervlakte blijft hangen. Will Wrights nieuwe instant-hit mag dan niet de klassieker zijn waarop we hoopten, het is wel degelijk een uniek, vertederend, grappig en creatief spel dat je toch echt een keer gecheckt moet hebben. (84%)


Platform: pc, Mac | Release: reeds verschenen