De klassieke wereld is in chaos. Spartanen, Macedoniërs, Perzen en Egyptenaren. Niemand mag elkaar in Fate of Hellas.

De klassieke wereld is in chaos. Spartanen, Macedoniërs, Perzen en Egyptenaren. Niemand mag elkaar in Fate of Hellas.

Als er één tijdsperiode is die zich goed leent voor een real time strategy-game dan is het wel de klassieke periode. Toen Griekenland nog een lappen deken van facties was die elkaar bij het minste of geringste aanvielen. De tijd van Leonidas en zijn Spartanen en Alexander de Grote die als jonge vent de hele, bekende, wereld veroverde. Genoeg stof voor een game dachten ze bij WorldForge. Alleen een beetje jammer dat ze gelijk daarna ophielden met denken.

Slechte uitwerking

Een beetje RTS-speler kan gelijk overweg met de besturing van Fate of Hellas. Sterker nog, die hele tutorial kan je gewoon overslaan. Het enige wat je daar leert is iets over vallen zetten, die verder niet praktisch zijn in het spel, en het beklimmen van muren, wat je toch nooit gaat doen, want een katapult is veel effectiever en minder bugged.

Het is makkelijk om Fate of Hellas te vergelijken met Age of Empires. In Fate kan je een stuk meer dan in Age of Empires, máár het is wel een stuk minder goed uitgewerkt en dat verknalt eigenlijk de hele ervaring.

Goede timing

Het is jammer, aangezien het idee achter Fate of Hellas heel goed is, de vernieuwingen origineel genoeg zijn en daarbij is de timing goed voor een RTS. Vorig jaar was er voor de RTS-speler genoeg te doen, maar op het moment ziet het er een stuk kariger uit.

Fate of Hellas had prima het vakje ‘klassieke RTS’ kunnen vullen als de game wat beter was uitgewerkt. Er zitten goede ideeën in de game, zoals het in elkaar flansen van je eigen eenheden. Elk volk heeft drie soorten troepen, van light naar heavy infanterie.

Opgeraapte wapens

Deze kan je weer bewapenen met allerlei verschillende wapens. Deze moet je meestal zelf researchen, maar er is ook een leuke optie om de wapens van gevallen vijanden op te pikken. Met deze opgeraapte wapens kan je weer goedkopere eenheden bouwen.

Je bouwt in de game geen cavalerie, maar je fokt paarden en gooit daar je infanterie op. Best lollig, maar al vrij snel een beetje irritant. Vooral als na een grote knokpartij de halve map vol zit met paarden. Deze lopen namelijk weer vrolijk rond als de rijder dood gaat.

Wachten op goud

Je moet hout hakken, goud verzamelen en boerderijen onderhouden. Aan hout en voedsel zul je geen tekort hebben, maar van een goudmijn kan je er vaak maar één bouwen en dat betekent dat je in het begin constant zit te wachten tot er weer wat goud uitrolt. Dit is vervelend, omdat er geen enkele manier is om er meer te krijgen, zonder de basis van je vijand af te branden en die mijn te pakken.

Maar dat betekent ook dat je hebt gewonnen. Terwijl jij op goud zit te wachten, lijkt de computer daar geen boodschap aan te hebben. Gelijk vanaf het begin ligt je basis onder vuur. In de campaign viel de computer mij de hele tijd aan met een cavalerie-eenheid. Om de dertig seconden kwam er weer eentje aanzetten. Niet echt een geval van hoge kunstmatige intelligentie.

Niet echt snugger

Niet alleen je tegenstander faalt op alle fronten, ook je eigen mannen zijn niet echt snugger. Zo is er de optie om muren te beklimmen met siege towers en ladders, maar je mannen hebben hier niet veel kaas (of misschien feta?) van gegeten en doen alles behalve wat de bedoeling is. Ook het simpelweg rondsturen van grote groepen is al pijnlijk om te zien. Bovendien heeft de game niet eens online multiplayer. En dat bij elkaar is tegenwoordig gewoonweg onvergefelijk.

Alleen echte fans van dit genre kunnen misschien plezier halen uit deze game, de rest moet het gewoon laten liggen. Een combinatie van falende A.I. en slechte afwerking kan niet tot iets anders leiden dan een slechte game. (30%)