Bij zelfrijdende auto's van Apple moet een chauffeur het vaakst een 'noodingreep' doen om het voertuig goed op de weg te houden. Ongeveer eens per 2 kilometer moet er worden ingegrepen, blijkt woensdag uit gegevens over zelfrijdende auto's van verschillende bedrijven.

Het gaat om data over ritten van tussen december 2017 en november 2018, die in handen zijn van het Amerikaanse Department of Motor Vehicles (DMV).

Techbedrijven houden bij hoe vaak het zelfrijdsysteem van een auto uitgeschakeld moet worden, zodat een menselijke chauffeur kan ingrijpen. Die cijfers geven een idee van hoe autonoom een voertuig precies is. Hoe minder vaak een automobilist hoeft in te grijpen, hoe beter het zelfrijdysteem het doet.

De DMV heeft cijfers over Amerikaanse tests met zelfrijdende auto's van meerdere auto- en techbedrijven die de technologie momenteel testen. Daaruit blijkt dat er bij de auto's van Apple het vaakst ingegrepen moet worden. Gemiddeld moeten chauffeurs 872 keren per 1.600 kilometer de besturing overnemen.

Google-auto's rijden het meest zelfstandig

Het zelfrijdsysteem van Google-dochter Waymo kan langer op zichzelf rijden. Hierbij moeten chauffeurs 0,09 keren per 1.600 kilometer ingrijpen.

Geen van de bedrijven heeft momenteel een zelfrijdende auto op de markt. De technologie wordt nog getest.

Eerder bleek dat Apple veel medewerkers van zijn autodivisie heeft gehaald. Het bedrijf benadrukt dat er nog steeds aan technologie voor zelfrijdende auto's wordt gewerkt.