Google heeft in de Verenigde Staten toestemming gekregen voor het gebruik van een radarchip die handgebaren kan herkennen.

Het techbedrijf mag de sensoren een sterker signaal laten uitzenden dan normaal gesproken is toegestaan, heeft de telecomautoriteit Federal Communications Commission (FCC) bekendgemaakt.

Met de radarsensoren, die als Project Soli worden aangeduid, wil Google nauwkeurig handgebaren kunnen herkennen. Met behulp van een radar worden bewegingen gevolgd, waardoor gebruikers bijvoorbeeld op een virtuele knop kunnen drukken.

Google gebruikt voor Soli radarsignalen op de frequentieband tussen de 57 en 64 GHz. Met een sterker signaal zou het risico bestaan dat de sensoren andere technologie op de band zouden verstoren. Onder meer Facebook uitte deze kritiek in het verleden.

In september lieten Facebook en Google in een gezamenlijke verklaring weten dat de sterkere radarsensoren waarschijnlijk niet tot storingen zullen leiden. Toch is de kracht van de sensoren teruggebracht ten opzichte van een eerder voorstel van Google.