De Tesla die in maart in de Amerikaanse staat Californië een fatale botsing maakte, versnelde in de laatste drie seconden voor de crash van ongeveer 100 naar 114 kilometer per uur.

Dat heeft het National Transportation Safety Board (NTSB) bekendgemaakt in een voorlopige conclusie.

Vlak na het ongeval werd al bekend dat de Tesla in de zogenaamde Autopilot-modus stond. In deze modus worden bepaalde taken overgenomen. Op de automatische piloot van Tesla kan de auto zelfstandig op een rijbaan blijven en de afstand tot zijn voorganger bewaren.

De Tesla reed op een snelweg in Californië waar een snelheid van omgerekend 105 kilometer per uur is toegestaan. Vlak voor de crash kwam de auto terecht op een verdrijvingsvlak en botste hij tegen het beschadigde uiteinde van een vangrail. Als gevolg daarvan raakte de batterij van de auto beschadigd en vloog die in brand.

Tesla's die op de automatische piloot rijden, raken met enige regelmaat betrokken bij ongelukken. De optie om de auto zelfstandig te laten, rijden moet worden gezien als ondersteunend. Een Tesla kan niet worden aangemerkt als een volledig zelfrijdende auto.