Oculus VR, de maker van de virtualrealitybril Oculus Rift, moet gameontwikkelaar ZeniMax een half miljard dollar betalen. Dat heeft een rechtbankjury in Texas bepaald.

Dat schrijft Polygon. De jury vindt dat medeoprichter Palmer Luckey, en daardoor ook Oculus VR als bedrijf, een vertrouwelijkheidsovereenkomst heeft geschonden.

In de zaak claimde ZeniMax dat Oculus, inmiddels een dochterbedrijf van Facebook, gebruik heeft gemaakt van geheime softwarecode en informatie van het bedrijf. De jury bepaalde dat Oculus VR geen gebruik heeft gemaakt van gestolen bedrijfsgeheimen.

Het bedrag wordt door meerdere partijen betaald. Het bedrijf dient 200 miljoen dollar te betalen voor het schenden van de vertrouwelijkheidsovereenkomst en 50 miljoen voor schending van het auteursrecht.

Ook dienen zowel Luckey als Oculus 50 miljoen dollar te betalen omdat ze de indruk zouden hebben gewekt dat de producten van Oculus op enige wijze werden gesteund door ZeniMax. Oculus-directeur Brendan Iribe moet hier 150 miljoen dollar voor betalen.

Beroep

Facebook zegt in een reactie beroep te zullen aantekenen tegen de uitspraak. Volgens het bedrijf besloot de jury dat het "hart van de zaak" - de vraag of er bedrijfsgeheimen zijn gestolen - al in het voordeel van Oculus is beslist.

"We zijn natuurlijk teleurgesteld door een paar andere aspecten van de uitspraak van vandaag, maar we laten ons niet uit het veld slaan. Oculus-producten worden gemaakt met Oculus-technologie."

Een woordvoerder van ZeniMax zegt dat het bedrijf overweegt om een verkoopverbod op de Oculus Rift aan te vragen. Directeur Robert Altman van de ontwikkelaar dankt de jury voor het uitreiken van een schadevergoeding voor de "ernstige overtredingen" van Oculus.

Tijdens een eerdere zitting erkende Luckey al dat hij een programma van ZeniMax heeft gebruikt om een vroege versie van de Oculus Rift te demonstreren aan investeerders. Maar volgens Luckey had hij geen toegang tot de onderliggende code en heeft hij geen vertrouwelijkheidsovereenkomst geschonden.