De class-action-rechtszaak tegen Apple vanwege vermeend machtsmisbruik via iTunes mag doorgaan, ondanks dat beide hoofdaanklagers van deelname zijn uitgesloten wegens het aanvoeren van verkeerd bewijs.

Dat meldt de Dow Jones

Er moeten zo snel mogelijk nieuwe aanklagers worden aangedragen, zo oordeelde de rechter. 

Eind vorige week werd een van de oorspronkelijke aanklagers al uitgesloten van deelname aan de rechtszaak, die specifiek betrekking heeft op iPods gekocht tussen 2006 en 2009. 

Omdat muziek in iTunes in die periode werd voorzien van een speciale kopieerbeveiliging, zouden consumenten tijdelijk niet in staat zijn geweest om via het programma gekochte muziek op andere apparaten af te spelen.

Andersom speelde de iPod ook geen muziek af van andere aanbieders.

Verkeerd bewijs

De iPod die een van de aanklagers als bewijsstuk aandroeg, bleek echter na 2009 te zijn gekocht. De enige overgebleven aanklager is nu ook gediskwalificeerd, omdat haar iPod is aangeschaft via het bedrijf van haar man en dus een zakelijke aankoop betreft.

Apple wilde de rechtszaak om die reden laten verwerpen. De rechter gaat niet in op dat verzoek. 

Volgens haar moet de zaak alsnog voorkomen, omdat het haar taak betreft "om de naar schatting acht miljoen iPod-kopers die in de zaak zijn opgenomen te beschermen". 

De advocaat van de oorspronkelijke hoofdaanklagers, Bonny Sweeney, moet daarom snel nieuwe aanklagers aandragen. Naar eigen zeggen heeft zij al een aantal mensen in de rij staan die "zo in kunnen stappen".

Achtergrond: De iPod-rechtszaak die Apple ook nu nog dwarszit