In een videoverklaring tijdens de iPod-rechtszaak noemt Steve Jobs het blokkeren van iTunes-concurrenten een neveneffect van het dichten van beveiligingslekken.

Dat meldt CNET.

Apple-oprichter en toenmalig ceo Jobs legde in 2011 een half jaar voor zijn overlijden een videogetuigenis af. Die werd vandaag getoond in de iPod-rechtszaak die dinsdag van start ging.

In de zaak staat Apple terecht voor vermeend machtsmisbruik. Muziek die tussen 2006 en 2009 in iTunes werd verkocht, was voorzien van van kopieerbeveiliging (DRM). Daarom was die muziek alleen af te spelen op iPods, en konden iPods geen muziek met kopieerbeveiliging van andere aanbieders afspelen.

Omzeilen

iTunes-concurrent Real Networks had een manier gevonden om die beveiliging te omzeilen. Volgens aanklagers heeft Apple in 2007 en 2008 enkele iTunes-updates uitgerold die specifiek waren bedoeld om die omzeiling van Real te blokkeren.

Jobs ontkent dat, en wijst op de strikte overeenkomsten die Apple met muzieklabels had op het gebied van kopieerbeveiliging. "We hadden zwart op wit contracten met die labels", legt Jobs uit. Zou Apple toestaan dat muziek van andere winkels toch op iPods af te spelen zou zijn, was dat "een overduidelijke overtreding van de licenties, en zouden labels destijds gestopt kunnen zijn ons muziek te geven".

Hackers

Jobs wijst erop dat er in de jaren dat de kopieerbeveiliging gold ook hackers actief waren die de DRM probeerden te breken. Als dat zou gebeuren, zou dat Apples licenties in gevaar hebben gebracht. "Daar waren we bang voor", aldus Jobs.

Het blokkeren van de omzeilingsmethode van Real Networks noemt Jobs niet meer dan randschade bij het dichten van beveiligingsgaten die de DRM kwetsbaar maakte voor hackers.

De rechtszaak wordt al jaren voorbereid en ging dinsdagavond (Nederlandse tijd) van start. De aanklagers eisen een schadevergoeding van 350 miljoen dollar (280 miljoen euro). Een van de twee aanklagers is inmiddels afgevallen, wegens foutief bewijs.

Achtergrond: de iPod-rechtszaak die Apple nu nog dwarszit