Eén van de twee eisers in de rechtszaak tegen Apple over iPods is afgevallen. De iPod die de aanklager als bewijs aandroeg, bleek pas veel later gekocht.

Apple wordt in een rechtszaak beschuldigd van het misbruiken van zijn machtspositie. Tussen 2006 en 2009 was muziek die in iTunes werd verkocht voorzien van kopieerbeveiliging (DRM). Daarom was die muziek alleen af te spelen op iPods, en konden iPods geen muziek met kopieerbeveiliging van andere aanbieders afspelen.

Hoewel het om een zogenoemde class-action-rechtszaak gaat, zijn er wel maar twee hoofdaanklagers. Die hebben als belangrijk bewijs beiden iPods meegenomen naar de rechtbank. Nu blijkt de iPod van tenminste één van die twee aanklagers na de betreffende periode te zijn gekocht, meldt New York Times.

Serienummers gecontroleerd

Dat liet Apple woensdagavond al per brief aan de rechtbank weten. Het bedrijf controleerde de serienummers van alle als bewijs aangedragen iPods. Zo bleek de iPod van één van de aanklagers pas gekocht te zijn nadat Apple zijn kopieerbeveiliging al had afgeschaft.

Die aanklager heeft de zaak verlaten. Het bewijs van de tweede aanklager, Mariana Rosen, staat echter op dezelfde losse schroeven.

Rosen draagt twee iPods aan als bewijs, maar ook één van die iPods blijkt na het afschaffen van de kopieerbeveiliging te zijn gekocht. De aanklager zou beweerd hebben de iPods in 2007 en 2008 te hebben gekocht. Bovendien is de iPod volgens een aankoopbewijs dat Apple heeft aangedragen niet eens door Rosen zelf gekocht, maar door het advocatenkantoor van haar man.

"De getuigenis van mevrouw Rosen met betrekking tot de aanschaf van twee iPods in 2007 en 2008 was niet geloofwaardig", stelt Apple in zijn brief aan de rechtbank. Apple heeft een motie ingediend waarin het vraagt de hele rechtszaak te schrappen, wegens gebrek aan bewijs.

Nader onderzoek

De rechter is nog niet op het verzoek van Apple ingegaan. Wel wil de rechter dat er nader onderzoek wordt gedaan naar het bewijs. "Ik ben bang dat ik geen aanklager heb. Dat is een probleem", aldus de rechter.

De aanklagers zeggen op zoek te zijn naar bewijs dat één van de iPods in 2008 is aangeschaft. Dat is wel binnen de periode waarin de kopieerbeveiliging van kracht was, en zou dan als bewijs gelden. De advocaat van de aanklager zegt zaterdag volledig op de brief van Apple te reageren.

Wat er met de rechtszaak gebeurt wanneer ook de tweede aanklager wegens gebrek aan bewijs afvalt, is onbekend. De rechtszaak wordt al jaren voorbereid en ging dinsdagavond (Nederlandse tijd) van start. De aanklagers eisen een schadevergoeding van 350 miljoen dollar (280 miljoen euro). Die zou bij winst verdeeld worden onder 8 miljoen gedupeerden, die zelf geen rechtszaak tegen Apple hebben aangespannen.

Achtergrond: de iPod-rechtszaak die Apple nu nog dwarszit