De eerste iPhone had bijna geen touchscreen gehad, een functionaliteit waarmee Apple zich in 2007 juist mee wist te onderscheiden.

Dat vertelt Jony Ive, hoofdontwerper bij Apple, tijdens een conferentie van Vanity Fair.

"Er waren duizenden redenen waardoor en verschillende momenten waarop we touch bijna hadden opgegeven", zegt Ive over de ontwikkeling van de eerste iPhone.

Eerder werd door een voormalig Apple-technicus al eens gemeld dat de eerste smartphone van Apple tijdens de presentatie in 2007 nauwelijks bruikbaar was en dat er drie modellen nodig waren om dat voor het publiek te verhullen.

Ive gaat in het gesprek niet in op de reden om touch op te geven. Na het uitkomen van de iPhone in 2007 onderscheidde Apple zich met zijn touchscreen van Nokia en Blackberry, destijds marktleiders op de smartphonemarkt.

Diefstal en lui

Tijdens de bijeenkomst van Vanity Fair werd Ive ook gevraagd naar Xiaomi, een Chinese smartphonefabrikant die zich wel eens de Apple van China noemt en het uiterlijk van iPhones soms kopieert.

"Ik zie het niet als vleierij, ik zie het als diefstal en het is lui", reageert Ive stellig. "Als je iets voor het eerst doet en je weet niet of het gaat werken is het laatste dat ik denk 'oh dat is vleiend'. Al die weekenden had ik thuis kunnen zijn met mijn familie. Het is diefstal en het is lui."

De hoofdontwerper van Apple doet bovendien uit de doeken dat hij met zo'n zestien tot zeventien mensen in zijn ontwerpteam werkt. De medewerkers komen drie tot vier keer per week bij elkaar om ideeën te bespreken.

Over de iPhone 6, met een groter scherm, zegt Ive dat Apple al jaren geleden prototypes met een groter scherm heeft gemaakt, maar dat die altijd te lomp waren en niet voldeden aan de standaarden van Apple.

Hoe de eerste iPhone ontstond door een ultimatum van Steve Jobs

Wat zijn de grootste vernieuwingen in de iPhone 6?