Je hebt een camera gekocht, maar behalve de automatische stand zit er waarschijnlijk nog een hele rits aan mogelijkheden op. Wat betekenen al die lettertjes en cijfertjes eigenlijk?

Op de automatische stand kunnen ook mooie foto's worden gemaakt, maar heb je een uitgebreide camera dan is het wel zo fijn de mogelijkheden te benutten. Voor je dat kan doen moet je wel weten wat er in je camera zit en wat je daarmee kan bereiken.

Sensorgrootte

We beginnen bij de beeldsensor in de camera, dat met afstand het belangrijkste stukje hardware is. Het belangrijkste gegeven van een sensor is het formaat en daarna pas het aantal megapixels. Hoe groter een sensor namelijk is, hoe meer licht er opgevangen kan worden. Op de afbeelding staan een aantal formaten weergegeven ten opzichte van elkaar.

De beeldsensor in de iPhone 5S heeft een oppervlak van slechts 17,3 mm2 (paars), terwijl een 1/2,3 inch-sensor (geel) al ruim anderhalf keer zo groot is met 28,5 mm2. De stap naar een 1 inch-sensor (rood) is zelfs vier keer zo groot met een oppervlak van 116 mm2. Een sensor in een camera beginnend bij 400 euro heeft vaak een sensor met een oppervlak van 370 mm2 (groen). Dat is al snel 20 keer zoveel als in een smartphone.

Megapixels

Vervolgens gaan het aantal megapixels tellen. Pixels zijn simpelweg kleine puntjes op de sensor, die licht op kunnen vangen en doorgeven hoeveel licht er werd opgevangen en welke kleur het was. Meer lijkt beter, maar als het formaat sensor hetzelfde blijft, wordt elke pixel kleiner als er meer bij elkaar gepropt moeten worden.

Apple vergrootte daarom de sensor in de iPhone 5S, maar het aantal megapixels bleef met 8MP hetzelfde. Elke pixel is nu groter en gevoeliger en daardoor presteert de camera beter bij weinig licht.

Lenzen

Na de sensor is de lens, of eigenlijk het objectief, erg belangrijk. Vaak beschikken camera’s, inclusief smartphones, over prima lenzen, maar duurdere lenzen zijn scherper en hebben minder last van verkleuringen of vervormingen. Een echt goede, professionele, lens voor een systeem- of dsrl-camera kost al snel 500 tot 600 euro. Voor dat bedrag koop je echter ook een prima camera inclusief lens.

Lenzen beschikken over twee belangrijke gegevens, de brandpuntsafstand en de lichtsterkte. De brandpuntsafstand wordt uitgedrukt in millimeters. Er zijn lenzen met een vaste brandpuntsafstand, zoals een groothoek- of macro-lens en er zijn zoomlenzen. Lenzen zijn echter nauw verbonden met de sensor van een camera.

Brandpuntsafstand

Wie dezelfde lens met dezelfde brandpuntsafstand gebruikt op camera’s met een verschillende sensor, zal zien dat objecten groter zijn in de foto gemaakt met de kleinere sensor. Dat wordt ook wel de cropfactor genoemd. Dat komt omdat een kleinere sensor slechts een deel van een foto vastlegt, die genomen is met een grotere sensor. In de volgende twee plaatjes is het effect duidelijk te zien.

(bron: digitalcameraworld.com)

Anders gezegd, compactcamera’s kunnen eenvoudig dienst doen als flinke zoomcamera’s, dankzij de kleine sensor. Een vogel neemt namelijk al snel hele heel beeld in beslag, terwijl een camera met een grote sensor flink in zal moeten zoomen.

Daarnaast heeft de brandpuntsafstand invloed op het perspectief. Een lens met een korte brandpuntsafstand (24mm) vertekent het perspectief, waardoor de voor- en achtergrond verder van elkaar lijken te zijn dan het geval is. Een foto genomen met een zoomlens (80mm) zorgt er juist voor dat de voor- en achtergrond dichter bij elkaar lijken dan het geval is. Afstanden worden kleiner en een foto lijkt daardoor platter.

(bron: digitalcameraworld.com)

Diafragma

Ten tweede is er de lichtsterkte van een lens. De lichtsterkte wordt bepaald door de maximale diafragmaopening. Hoe kleiner het getal, hoe lichtsterker de lens. Een lens met een diafragma van f/1.8 is dus beter dan een lens met een diafragma van f/3.5. Compactcamera’s hebben veelal een maximale diafragmaopening van f/3.5. Een systeemcamera daarentegen kan vrij goedkoop met een lichtsterke lens uitgerust worden met een diafragmaopening van f/1.8.

Het voordeel is dat lichtsterke lenzen een korte sluitertijd mogelijk maken; ze vangen snel veel licht op. Daardoor maken ze ook scherpe foto’s bij minder licht. Daarbovenop is het met een groot diafragma mogelijk om veel scherpte-diepte aan te brengen in een foto, iets waar compactcamera’s, maar ook smartphones, veel meer moeite mee hebben.

Heilige drie-eenheid

Op veel camera’s is het mogelijk om de sluitertijd in te stellen, het diafragma, maar ook de iso-waarde. De iso-waarde bepaalt hoe gevoelig de pixels zijn voor licht. Een hogere iso-waarde zorgt voor meer licht en maakt het dus mogelijk de sluitertijd te verkorten, wat de scherpte ten goede zal komen.

Ook hier lijkt hoger beter, maar de pixels worden al snel overgevoelig en gaan fouten maken. Veel camera’s presteren prima tot en met iso-waarden van 400-800. Daarboven neemt de hoeveelheid ruis dusdanig toe dat er detailverlies optreedt. Foto’s worden minder scherp en kleurinformatie gaat verloren.

Compactcamera’s stellen de iso-waarde vaak automatisch vrij hoog in. Wie zijn foto’s op normaal formaat in een vakantieboek plakt, zal daar niet snel tegenaan lopen. Wie echter een mooie foto bij minder dan ideaal licht op een groot canvas doek af wil drukken, zal de ruis mogelijk storend vinden. Vaak is het mogelijk, en zeker aan te raden, om een maximale iso-waarde in te stellen. Als de sluitertijd daardoor te lang wordt om uit de losse pols foto’s te maken, kun je altijd nog een statief overwegen of een muurtje gebruiken om even als statief dienst te doen.