Bijna elke week verschijnt een nóg snellere, nauwkeurigere of goedkopere 3d-printer. Toch zijn er nog maar weinig consumenten die van de technologie gebruikmaken om hun eigen objecten te printen. Wanneer begint die 3d-print-revolutie nou echt?
 

De belofte van 3d-printen lijkt groot: waarom zouden we nog op omslachtige wijze plastic frutsels uit China laten komen als je ze hier gewoon uit een printer kan laten rollen?

De 3d-printers die momenteel beschikbaar zijn voor consumenten kunnen objecten creëren door plastic te verhitten tot het smelt. Een spuitkop brengt het gesmolten plastic vervolgens laagje voor laagje aan op een platform, waar het weer hard wordt. Het resultaat is een stevig object waarin de gelaagde structuur doorgaans nog net te zien is.

3d-printers van bekende merken als Ultimaker en Makerbot kosten over het algemeen nog minstens 1000 euro, al lijkt daar verandering in te komen. De Micro, een 3d-printer die alleen kleine objecten kan printen, werd onlangs op Kickstarter aangeboden voor een bedrag van 299 dollar en haalde zo 3,4 miljoen dollar op.

Ondanks alle hype zijn 3d-printers momenteel nog niet erg praktisch, zo blijkt uit tests van NU.nl met modellen van de Nederlandse fabrikanten Leapfrog en Ultimaker. Verschillende prints mislukten en aan beide 3d-printers moest tijdens de testperiode meermaals worden gesleuteld.

Als de printers wel werken is er ook niet echt sprake van 'even snel' iets uitprinten: zelfs kleine prints duren al gauw meer dan een uur en een plastic koffiemok was pas na negen uur klaar.

Vooral decoratief

Printen in plastic blijkt bovendien zijn beperkingen te kennen. Objecten die beschikbaar zijn op sites als Thingiverse, waar mensen hun eigen 3d-ontwerpen plaatsen, zijn doorgaans vooral decoratief. In beperkte mate zijn nuttigere items als visitekaartjeshouders of telefoonhoesjes beschikbaar, maar de limieten zijn snel duidelijk.

Pete Basiliere, die voor onderzoeksbureau Gartner de printermarkt bestudeert, voorspelt dan ook dat 3d-printers de komende jaren thuis nog nauwelijks gebruikt zullen worden.

"Mensen die vandaag met 3d-printers werken zijn nieuwsgierig en willen experimenteren. Het weerhoudt ze niet dat er aanpassingen aan de printer moeten worden gemaakt om een print te doen slagen", aldus de analist. Maar voor consumenten is de drempel nog veel te hoog, denkt hij.

De prijs is voor de gemiddelde consument ook nog te hoog, zegt Basiliere, en de beperkingen van plastic prints staan in de weg. Het grootste probleem is volgens hem echter de complexiteit van 3d-printen.

"Ik kan vandaag in de winkel een 2d-printer kopen, hem thuis in het stopcontact steken en draadloos verbinding laten maken. Ik weet al hoe ik Microsoft Office of andere programma's moet gebruiken om iets te kunnen afdrukken."

3d-printers zijn juist nog niet 'plug-and-play', zegt hij. Mensen moeten niet alleen leren hoe ze met de printer zelf omgaan, maar ze moeten ook nieuwe software leren kennen om 3d-modellen te maken en bewerken.

Leercurve

Dat 3d-printen nog niet erg gemakkelijk is, erkent ook community manager Sander van Geelen van Ultimaker, de grootste Nederlandse fabrikant van 3d-printers. "Wij zullen de laatste zijn om te ontkennen dat er inderdaad een leercurve is bij 3d-printen", zegt hij. "We zijn nog niet zo ver dat een 3d-printer net zo werkt als een tv: je zet hem aan en hij doet het altijd."

Volgens hem is de ontwikkeling van nieuwe materialen belangrijk, zodat eigenaren van 3d-printers een breder aanbod aan objecten kunnen printen.

Basiliere ziet nu al één belangrijke markt voor 3d-printers: het onderwijs. Volgens hem zijn de apparaten geschikt voor het leren van allerlei vakken, van techniek tot wiskunde en kunst. "Ik denk dat scholen dat beginnen te zien."

Arjan van der Meij is een natuurkundedocent aan de middelbare school De Populier in Den Haag. Met zijn collega Per-Ivar Kloen startte hij de FABklas, waarin leerlingen worden aangespoord om met 3d-printers en andere moderne technologieën hun eigen objecten te ontwerpen en bouwen. Voor het initiatief won Kloen vorige maand de titel Onderwijspionier van het jaar.

"Ik ben heel enthousiast over het maken in het onderwijs", zegt Van der Meij, maar over 3d-printen is hij genuanceerder. "De 3d-printer is nog een heel moeilijk apparaat voor leerlingen." De beperkingen die ontstaan door het printen met plastic maakt 3d-printers momenteel nog "een beetje een gimmick", zegt hij.

Psychologische verandering

Sander van Geelen van Ultimaker denkt dat er ook een psychologische verandering moet plaatsvinden om 3d-printers tot een succes te maken. "Mensen zijn nu meer een passieve consument. We richten ons leven in aan de hand van dingen die ons worden aangeboden."

In een toekomst waar iedereen thuis constant objecten uit zijn 3d-printer laat rollen gelooft Van der Meij niet. Hij noemt het idee "volstrekte onzin". "Mensen willen toch allemaal hetzelfde hebben, dus dan kun je het beter in een spuitgietmal steken."

Ook Basiliere ziet geen wereld voor zich waar een 3d-printer voor allerlei doeleinden wordt gebruikt. "Ik denk dat het een waardevol huishoudelijk apparaat zal zijn dat we voor bepaalde situaties gebruiken, zoals het printen van zuurtjes en ander vergelijkbaar eten."

Voedsel

Onder meer onderzoeksbureau TNO werkt in Nederland al aan het 3d-printen van voedsel. Onderzoekers kunnen al chocolade in allerlei vormen printen en zien een toekomst voor zich waarin voedsel in verzorgingstehuizen aantrekkelijker wordt gemaakt met behulp van 3d-printers.

"Andere printers kunnen dan cadeautjes of frutsels van hele goede kwaliteit printen", denkt Basiliere. Hij vergelijkt de 3d-printer met een ander gereedschap of keukenapparaat dat mensen al in huis hebben: handig, maar je gebruikt hem in beperkte situaties en niet elke dag.

Of de 3d-printer nou gemeengoed worden of niet, de techniek heeft in ieder geval iets magisch, zo kan iedereen die het apparaat voor het eerst aan de slag ziet onderschrijven. Van der Meij: "Het is mooi hoe het werkt. Kinderen staan er met open mond naar te kijken."