Als je een nieuwe tv wilt aanschaffen, heb je de keuze uit twee schermtypes: led en plasma. NUtech zet de vijf belangrijkste verschillen op een rijtje.

Prijs

Welke techniek het voordeligst is, hangt af van het schermformaat. Led-televisies zijn in veel meer verschillende maten verkrijgbaar, van 7 tot en met 84 inch. Plasma-tv’s beginnen pas bij 42 inch, terwijl de grootste modellen op de Nederlandse markt 65 inch meten.

Over het algemeen zijn led-televisies relatief goedkoper bij ‘kleinere’ schermformaten tot en met 47 inch. Kijk je naar tv's van 50 tot en met 65 inch, dan is plasma doorgaans voordeliger. De verschillen in prijs kunnen hoog oplopen. Zo kost de goedkoopste full-hd plasmatelevisie van 50 inch 487 euro, terwijl de goedkoopste 50-inch lcd-tv 635 euro kost. Op 65 inch is dit respectievelijk 1779 versus 2419 euro.

Lcd en led zijn eigenlijk hetzelfde. Led is wat dat betreft niet een op zichzelf staande technologie, maar wordt gebruikt in lcd-tv's.

Beeldkwaliteit

Veeleisende tv-kijkers zweren dikwijls bij plasma. Daar zit wat in, want een plasmatelevisie heeft doorgaans betere zwartwaarden en een groter kleurbereik dan led-tv’s, waardoor beelden natuurgetrouwer en contrastrijker ogen. Led-schermen willen kleuren nogal eens overdreven fel weergeven, al is dat bij duurdere topmodellen niet zo’n probleem meer.

Wel zijn er enkele factoren die de beeldkwaliteit van plasma’s negatief kunnen beïnvloeden. Zo neemt de beeldpracht op een plasmascherm drastisch af als je er bij zonlicht of in een fel verlichte kamer naar kijkt. Witte beelden kruipen dan meer naar grijs toe, kleuren worden fletser en van de anders zo onaantastbare contrastwaarden is opeens niet veel meer over.

Omdat een led-televisie werkt met ledjes die de beeldpixels van achteren verlichten en je de intensiteit van deze ‘backlight’ doorgaans kunt instellen, hebben dergelijke tv’s daar veel minder last van. Door de backlight feller in te stellen, blijft de beeldkwaliteit ook in zonnige ruimtes overeind. Daar staat tegenover dat de beeldkwaliteit van plasmatelevisies in het donker en bij schemerlicht nagenoeg onaantastbaar is.

Ook de kijkhoeken zijn bij plasma’s eigenlijk altijd dik in orde: zelfs als je zowat naast of boven het scherm gaat staan, behoudt het beeld zijn normale kwaliteit. Bij led-televisies zie je de weergave doorgaans duidelijk fletser worden, als je het beeld meer vanuit een hoek bekijkt.

De gascapsules in het beeldpaneel van een plasmatelevisie kunnen in een zeer hoog tempo oplichten en weer doven, waardoor snel bewegende beelden vaak soepeler ogen. Dat komt onder meer van pas in snelle games, zoals racespellen. Maar ook voor 3D is dit een voordeel: doordat individuele pixels sneller schakelen, heb je minder snel last van crosstalk – het vervelende effect waarbij je als het ware dubbel ziet.

Bij lichte beelden – met name als ze fel wit zijn – kunnen die aan en uit springende gascapsules echter ook voor flikkerend beeld zorgen. Sommige kijkers ervaren dit als storend, maar lang niet iedereen struikelt erover.

Energieverbruik

Plasmatelevisies zijn eigenlijk altijd al verkwistender met energie geweest dan lcd-tv’s, maar sinds lcd-schermen voorzien zijn van energiezuinige led-backlights, valt het verschil des te meer op. Momenteel verbruiken plasma’s twee tot drie keer zoveel energie als led-tv’s van hetzelfde formaat.

Design

Led-tv’s – zeker de topmodellen – hebben vaak een fraaie, superslanke vormgeving.  Plasmaschermen zijn een centimetertje (of wat) dikker, al scheelt het tegenwoordig op het oog niet veel meer. Dit hangt onder meer samen met het hogere energieverbruik: de extra stroom genereert meer hitte die de tv moet kunnen afvoeren, en dat vereist wat extra ruimte. Bij goedkopere plasmamodellen produceren de ingebouwde ventilatoren die hiervoor nodig zijn nog wel eens een storend zoemgeluid.

Inbranden

Een van de bekendste nadelen van plasmatechnologie is de gevoeligheid voor inbranden. Hierbij blijft een zweem van lang vertoonde (meestal stilstaande) beeldelementen zichtbaar, dwars door de rest van het beeld heen. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij logo’s van omroepen, maar ook bij de zwarte balken onder- en bovenin beeld, die je ziet als je een film kijkt.

‘Inbranders’ kunnen na verloop van tijd weer vanzelf weggaan, maar soms zijn ze permanent. Permanente inbranders komen niet voor op led-tv’s.

Tegenwoordig zijn de meeste plasmatelevisies voorzien van snufjes om inbranden te voorkomen, waardoor dit probleem een stuk minder vaak de kop opsteekt. Het blijft echter zaak om goed de handleiding door te nemen om te zien wat je zelf kunt doen tegen het ontstaan van inbranders. Zo wordt vaak aangeraden om het contrast en de helderheid van de tv in de eerste maanden niet te hoog in te stellen.

Oled

Naast led en plasma, is er tegenwoordig nog een derde technologie voor televisies: oled. Oled-televisies zijn op dit moment nog te duur voor de gemiddelde consument – de prijs ligt rond de 10 duizend euro voor een vrij bescheiden schermformaat. Maar daar zal in de komende jaren vermoedelijk verandering in komen.

Dergelijke tv’s combineren eigenlijk de beste eigenschappen van plasma en led. Ze hebben dezelfde hoge beeldkwaliteit en contrastverhoudingen als plasmaschermen, zonder de mitsen en maren. Ondertussen zijn ze energiezuinig, ongevoelig voor inbranden en nog slanker dan led-schermen. De eerste generatie oled-tv’s was bijvoorbeeld slechts 4 millimeter dik.